Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Lego

Hoofdstuk 19, tekst 2: Sallustius: Cato minor eist de doodstraf, Exordium

Exordium

Ik heb een heel andere mening, heren senatoren, wanneer ik onze zaken en gevaren beschouw en wanneer ik bij mezelf de uitspraken van sommigen (eerdere sprekers) overweeg. Zij wekken bij mij de indruk een uiteenzetting te hebben gegeven over de straf, voor degenen die een oorlog hebben voorbereid tegen het vaderland en de ouders en de altaren en eigen huis en haard. Echter, de zaak spoort meer aan om op te passen voor hen, dan te beraadslagen wat we tegen hen moeten besluiten. Want andere misdaden zou je dan kunnen vervolgen, zodra ze begaan zijn; als je er niet voor zou zorgen dat dit niet plaatsvindt, zou je, zodra het is gebeurd, wel tevergeefs de rechtbanken te hulp kunnen roepen: wanneer een stad is ingenomen, blijft er voor de overwonnenen niets over.

Maar, bij de onsterfelijke goden, doe ik een beroep op jullie, jullie die altijd meer waarde hebben gehecht aan jullie huizen, jullie landgoederen, jullie beelden en jullie wandschilderingen, dan aan de republiek: als jullie deze , van wat voor aard ze ook zijn, welke jullie stevig omarmen, willen behouden, als jullie rust willen aanbieden aan jullie genoegen, ontwaak dan eindelijk eens en hou je bezig met de republiek! Het gaat niet om belastingen, ook niet om onrecht van de bondgenoten: onze vrijheid en ons leven zijn in gevaar.

Herhaaldelijk, heren senatoren, heb ik vele woorden in de stand van de senatoren gesproken, dikwijls heb ik over de genotzucht en de hebzucht van onze medeburgers geklaagd, en daarom heb ik vele stervelingen tegen mij. Aangezien ik mezelf en mijn geest nooit vergiffenis zou hebben gegeven (/geschonken) voor één of ander vergrijp, vergaf ik niet makkelijk het uit wellust gedane van een ander. Maar hoewel jullie weinig waarde hechten aan deze woorden, was de republiek toch sterk: de rijkdom liet de onverschilligheid (van de senatoren) toe. Nu gaat het er hier echter niet om dat wij een goede of slechte levenswijze leven en ook niet hoe groot of hoe mooi het rijk van het Romeinse volk is, maar of deze dingen, hoe ze ook gezien worden, van ons (zullen zijn) of samen met ons van de vijand zullen zijn.

Spreekt me hier iemand van genade en zachtzinnigheid? Al lang zijn wij werkelijk de ware namen van de dingen kwijtgeraakt: omdat het verkwisten van andermans goederen ‘vrijgevigheid’ wordt genoemd, het doen van slechte daden ‘dapperheid’, daardoor is de staat in het uiterste (gevaar). Ook al is men, aangezien het karakter zo is, vrijgevig met het bezit van de bondgenoten, ook al zijn ze barmhartig ten aanzien van (/in het geval van) de dieven van de schatkist: als ze maar niet ons bloed verkwisten en, terwijl ze enkele misdadigers sparen, alle goede mensen in het verderf storten.