Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Vivat Roma > Boek 2

Hoofdstuk 28, tekst B (versie 2)

Nadat Scipio zijn vader had gezien, stortte hij in een vloed van tranen. Vader verhinderde hem echter te huilen, nadat hij hem had omhelst en terwijl hij hem kustte. Toen sprak Scipio zo:
"Eerbiedwaardigste en beste vader, Africanus is van mening dat jullie, die dood zijn, echt leven en dat wij, die op aarde zijn, gestorven zijn. Als het echt is, waarom haast ik mij dan niet om hier naar jullie te komen. Wat vertoef ik hier op aarde? Zo is het niet, zei hij. De god, die met goddelijke macht regeert over deze hele plaats, hij heeft aan mannen deze taak gegeven. Het land waar zij in leven, moet worden verzorgd door hen en moet worden bewaard. Daarom moet zowel door jou als door alle vrome mensen de ziel worden vastgehouden in het lichaam als in een kerker en moet niet worden verhuisd zonder bevel van de god uit het leven van de mensen. Door jou, Scipio, moet rechtvaardigheid en plichtsgetrouwheid worden vereerd. Wanneer je de taak zal hebben voltooid, zal door jou uit het leven moeten worden verhuisd. Jouw taak, zoals de taak van Africanus en van mij is om de staat te bewaren. Als je zo zal hebben geleefd, zal de weg naar de hemel zeker voor jou openstaan. Hij ging weg. Scipio is losgemaakt uit zijn droom.

Statistieken

Vertalingen op de site: 6.633

Nieuw afgelopen maand: 2

Gewijzigd afgelopen maand: 6