Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Via Nova > Boek 4

Hoofdstuk 5 (Aeneïs): De confrontatie (296-313)

Maar de koningin voorvoelde de list wie zou een verliefde kunnen bedriegen? en ving als eerste iets op over het aanstaande vertrek vrezend hoewel alles veilig was. Hetzelfde gewetenloze Gerucht meldde aan de hartstochtelijk verliefde dat de vloot werd opgetuigd en de reis werd voorbereid. Radeloos gaat ze te keer en verhit zwerft ze wild rond door de hele stad, zoals een Bacchante in vervoering gebracht door het tevoorschijn halen van de heilige voorwerpen , wanneer bij het horen van de Bacchuskreet de tweejaarlijkse orgin haar opzwepen en de nachtelijke Cithaeron haar roept met geschreeuw. Eindelijk spreekt zij Aeneas aan uit eigen beweging met deze woorden: Hoopte jij ook, trouweloze, zon grote misdaad geheim te kunnen houden en stilletjes mijn land te verlaten? Houdt jou onze liefde niet vast, noch je eens gegeven rechterhand, noch het feit dat Dido een wrede dood zal sterven? Ja, haast jij je zelfs in het winterseizoen om je vloot in gereedheid te brengen en midden in de Noordenwinden over zee te gaan, wreedaard? Wat, als je niet vreemde landen en onbekende huizen zou zoeken en het oude Troje zou voortbestaan, zou je dan met je vloot naar Troje gaan (zou Troje dan met je vloot opgezocht worden) over de kolkende zee?