Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Via Nova > Boek 2 (Oude Druk)

Hoofdstuk 21, tekst 1: Vergilius wordt gelezen

Zojuist hebben Lucius en Marcus een vriend ontmoet. De vriend, die zij ontmoet hebben, is Gaius. De drie vrienden, die zich nu naar de leraar begeven, praten met elkaar. Ieder van hen leest de verzen van de d ichter Vergilius. Zij kennen de roem van de dichter, wiens verzen zij gelezen hebben, goed. De leraar, voor wie zij een beetje bang zijn, heeft hen de verzen laten lezen. (lett.: heeft bevolen verzen te lezen). Niet alle gedichten bevielen mij. G: Marcus, wat zeg jij over die verzen, die je gelezen hebt? M: Het verhaal over het houten paard, dat de Grieken voltooid (gemaakt) en op de kust hebben achtergelaten, bevalt mij zeer. Dat geweldige gebaarte, dat de Trojanen 's morgens vroeg hebben gevonden, was hoger dan de stadsmuren, zoals Vergilius vertelt. L: Ik haat echter die (vreselijke) verrader, die de Trojanen hebben geloofd. M: En de slangen, door wie Loacoon met zijn zoons is gedood, kwellen Lucius ijn zijn dromen. L: Houdt op mij te plagen! Maken de vlammen die het hoofd van Ascanius omgaen, jou in je dromen niet bang? G: Maak geen ruzie. Wat denken jullie van Ascanius? Ik voor mij wel uit deze stad, die ik liefheb, niet vluchten. Jullie toch ook niet? L: Ik weet het niet. Troje is door een list overwonnen. Ascanius kon zich toch niet aan de vijanden, door wier list Troje overwonnen is, overgeven? Mannen, die van plan zijn een stad te verwoesten, sparen de jongen niet. M:Voor het vaderland te vechten is dapperder dan vluchten. De overige Trojanen, die het vaderland trachten te redden, bevallen mij meer. Maar kijk, (daar is) Philippus, die ons verwacht!

Statistieken

Vertalingen op de site: 7.000

Nieuw afgelopen maand: 22

Gewijzigd afgelopen maand: 37