Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Vergilius

Aeneis, boek VI

Boek IV 13 - 23

Ach, door welke lotsbeschikkingen is hij heen en weer geslingerd! Welke doorstane oorlogen bezong hij! Als het bij mij niet gefixeerd en onbeweeglijk in mijn geest zou zitten dat ik me niet zou willen verbinden aan iemand door huwelijksbanden, nadat mijn eerste liefde mij, ongelukkige, heeft bedrogen; als er niet een afkeer van de slaapkamer en de fakkel was geweest, kon ik misschien zwichten voor deze ene schuld. Anna - want ik zal het toegeven - na de lotgevallen van de ongelukkige echtgenoot Sichaeus en het bespatten van de penaten door het bloedbad veroorzaakt door de broer (hier is sparsos dominant vertaald), heeft alleen hij de gevoelens omgebogen en de wankele geest omgestoten. Ik herken de sporen van een oude vlam.

De afdaling (Boek VI, v 255-272) p 155

En kijk, kort voor het eerste licht van de opgaande zon, begon de grond te dreunen onder hun voeten, de beboste toppen begonnen te bewegen en het was het alsof er honden huilden doorheen de schaduw, bij de komst van de godin. De Sibylle riep: "Blijf ver weg van hier niet ingewijden, ga weg uit heel het heilige bos en jij Aeneas; ga op weg en trek je zwaard uit de schede; nu heb je moed en wilskracht nodig. Nadat ze alleen maar deze woorden had uitgesproken begaf ze zich buiten zichzelf naar de ingang van de grot. Hij volgde zijn leidster, die met grote stappen vooruit ging, op de voet met onbevreesde stappen. Goden, die de macht hebben over de zielen, stilzwijgende schimmen, gapende leegte, Phlegeton en duistere, doodstille plaatsen. Laat het mij geoorloofd zijn te spreken over wat ik gehoord heb en laat het door uw goddelijke toestemming geoorloofd zijn dingen te openbaren die diep verborgen zijn in de aarde en de duisternis. Ze gingen eenzaam, gehuld in de donkere nacht, door het schimmenrijk, ze gingen voorbij het lege paleis van Pluto en zijn ijle koninkrijk: het was een tocht zoals men in de bossen maakt in vaag maanlicht onder het karige licht, wanneer Jupiter de hemel verborgen heeft achter schaduw en wanneer de donkere nacht de kleur heeft onttrokken aan de zaken.

Charon, de veerman (Boek VI, v295-316) p 213-214

Hiervandaan vertrekt de weg die leidt naar de oevers van de Tartarische Acheron. Hier klots het kolkende water, troebel door modder, in een enorme afgrond en braakt al haar zand uit in de Cocytus. Een huiveringwekkende veerman zorgt voor dit water en de rivieren, Charon, met zijn verschrikkelijke vuilheid. Hij heeft een lange, onverzorgde, grijze baard, vlammen gloeien in zijn ogen en aan zijn schouders hangt een vuile mantel met een knoop. Hij onderwerpt zelf het vlot met een vaarboom en hij bedient de zeilen. Hij zet de doden over met een roestige schuit. Hij is wel oud, maar een god ziet er steeds fris en kranig uit. Hierheen stroomde heel de verspreide massa samen naar de oevers, moeders en mannen; overleden lichamen van grootmoedige helden; jongens en ongehuwde meisjes; en jongelui die op de brandstapel waren gezet voor de ogen van hun ouders: zoals er vele bladeren vallen in bossen in de eerste koude van de herfst, of zoals vele vogels samentrekken vanuit de diepe zee aan land, wanneer het koude seizoen hen over zee jaagt en hen drijft naar zonnige landen. Ze stonden te smeken om als eerste overgezet te worden en ze staken hun handen uit, uit verlangen naar de overkant. Maar de triestige zeeman ontving nu eens deze, dan weer die, en hij weerde de anderen ver verwijderd af van het zand.



Ontmoeting in het dodenrijk (Boek VI, v 450-476) p 139

Kort na haar verwonding dwaalde de Fenisische Dido tussen hen rond in het grote bos. Zodra de Trojaanse held naast haar stond en haar vaag herkende door de nevel heen, zoals diegene die in het begin van de maancyclus de maan zien opkomen of denkt die gezien te hebben door de nevels, liet hij zijn tranen de vrije loop en sprak hij haar met zoete liefde toe. “ Ongelukkige Dido, het bericht dat me bereikt had, dat jij gestorven bent en dat je de dood gezocht hebt met een zwaard, is dus waar? Helaas, ben ik de oorzaak van jou dood geweest? Ik zweer bij de sterren, bij de goden en bij trouw, als dit nog iets te betekenen heeft in de onderwereld, dat ik met tegenzin ben weggegaan van jou grondgebied, koningin. Maar de bevelen van de goden, die mij dwingen om nu door dit schimmenrijk, verwilderde plaatsen en diepe nacht te gaan, hebben mij met hun macht daartoe gedreven. Ik kan niet geloven dat ik door te vertrekken je zoveel verdriet heb aangedaan. Sta stil en ontrek je niet aan onze blik. Voor wie vlucht je? Dit is door het lot het laatste dat ik je toespreek. Door zulke woorden verzachtte Aeneas haar brandende en starkijkende ziel en liet de tranen de vrije loop. Afgewend, hield zij haar ogen star op de grond. Haar gelaat vertoont niet meer ontroering door het begonnen gesprek dan een harde steen of een Marpisische rots. Uiteindelijk snelt ze weg en als een vijand vlucht ze weg in het schaduwrijke bos, waar haar vroegere echtgenoot, Sychaeus, haar op haar zorgen antwoordde en hij haar liefde evenaarde. En Aeneas staarde haar ook nog verder na, getroffen door haar onrechtvaardig lot en bejammerde haar lang terwijl ze wegging.




De stad der verschrikking (Boek VI, v 548-579) p 215-216

Aeneas keek om en plotseling zag hij links aan de voet van de rots een brede burcht, omgeven door drie muren, waar de snelstromende Tartarische Phlegeton met verschroeiende vlammen rondom gaat, de Phlegeton van de Tartanus doet de rotsblokken rollen met veel lawaai. Er tegenover ligt een enorme poort en zuilen gemaakt uit zo’n stevig staal dat geen enkele mankracht en zelfs de hemelbewoners ze niet kunnen openbreken met staal; de ijzeren toren rijst hoog op en daar zit Tisiphone in met een bebloede mantel omgeslagen, en ze bewaakt dag en nacht slapeloos de inkomhal. Hieruit werd er gezucht gehoord en klonken er woeste zweepslagen, dan het gesis van ijzer en het aantrekken van kettingen. Aeneas bleef staan en nam geschrokken het lawaai op.
“Wat voor soort misdaden zijn er gepleegd? O maagd, spreek; door welke straffen worden ze in het nauw gedreven? Welke zo’n grote rouwklacht hangt in de lucht (Waarom hangt er zoveel geklaag in de lucht)?” Toen begon de zieneres als volgt te spreken: “Beroemde leider van de Trojanen, het is door de goden aan geen enkel zuiver man toegestaan om de drempel van de misdaad te overschrijden; maar toen Hecate me aan het hoofd van de Avernische bossen stelde, leerde ze me zelf de straffen van de goden en leidde me door alles. Rhadamantes van Knossos bezit dit bikkelharde koninkrijk, deelt straffen uit, luistert naar de listen en dwingt diegene te bekennen die een of andere misdaad in de bovenwereld heeft begaan; blij gemaakt met een onnozele diefstal, en te lang uitgesteld heeft tot in de dood. Dadelijk slaagt de beledigende wraakgodin Tisiphone de schuldigen met een gesel, terwijl ze hen met woeste slangen in haar linkerhand bedreigt; ze roept haar woeste kolonne zussen. Dan pas werd de heilige poort met afschrikwekkend gekraak door de scharnieren geopend. Zie je wat voor een bewaker in de inkomhal zit, wat voor gezicht de drempel bewaakt? De enorme, te woeste Hydra met haar 50 donkere gapende kelen heeft binnen haar woonplaats. Dan stond zelfs de Tartarus open en strekte zich in de onderwereld uit in een afgrond die 2 maal zo diep is, als de hemelhoge afstand van de hemelse Olympus tot de hemel.

Statistieken

Vertalingen op de site: 6.536

Nieuw afgelopen maand: 26

Gewijzigd afgelopen maand: 47