Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Tablinum > Nieuwe Druk

Tekst 5.1: Het meisje Verginia

Het verlangen om een maagd van de plebeyers te onteren bekroop Appius Claudius. De vader van het meisje, L.Verginius, een eerlijk man, leidde als honderdman een centurie op de Algedo berg. Hij had zijn dochter verloofd met L. Icilio , een hevig man met veel moed, die als tribuun moeite had gedaan voor de zaak van het volk.
A, uitzinnig van liefde probeerde dit meisje, zeer knap, tevergeefs te verleiden met geweld en hoop. Toen sloeg zijn karakter om naar wreed en overmoedig geweld.

De client M. Claudius kreeg van hem de taak om het meisje als slavin op te eisen. Terwijl de vader afwezig was meende hij (A.C.) dat er plaats was voor het onrecht. De handlanger van de tienman greep het meisje dat met haar voedster op het forum kwam, want in een tent was daar immers de lagere school. Hij bevestigde dat ze geboren was uit een slavin van hem en dus zijn slavin was en haar het bevel te volgen. Terwijl het meisje doodsbang en verstomd was, ontstond er een toeloop bij het geroep van de voedster, terwijl ze de hulp van de burgers afsmeekte.
De massa was zeer verontwaardigd, vooral degenen aan wie Verginius en Icilius bekend waren.

Ze was al veilig voor geweld, toen M.Claudius met deze woorden de menigte kalmeerde: "Jullie zijn ten onrechte verontwaardigd, Romeinse burgers. Ik heb mijn hand niet met geweld, maar met recht op dit meisje gelegd. Ik daag haar voor het gerecht." Voor deze woorden weken de burgers en spoorden haar aan om haar opeiser naar de rechtbank van Appius Claudius te volgen.
De komedie die Claudius daar opvoerde was de rechter al zeer goed bekend. Hij was immers zelf de auteur van het stuk.
Dit meisje, zei hij, is bij mij thuis geboren en is vervolgens door diefstal overgebracht naar het huis van Verginius en heimelijk aan hem toegekend. Dit ben ik dus door een aanwijzing te weten gekomen en ik kan het bewijzen, zelfs als Verginius zelf de rechter zou zijn. Want hij is zelfs nog meer dan ik door dit onrecht getroffen. Ondertussen is het rechtvaardig dat de slavin haar meester volgt.

Omwille van de staat is Verginius afwezig, maar binnen twee dagen kan hij aanwezig zijn als het hem gemeld zal worden." Zei n van de raadgevers van het meisje daarop."Het is echter onrechtvaardig dat een vader die afwezig is gevaar zou lopen zijn dochter te verliezen. Daarom eisen we dat je de hele zaak uitstelt tot bij de aankomst van de vader, en dat je door de wet die je zelf hebt voorgesteld een uitspraak doet ten gunste van de vrijheid.
Je mag niet dulden dat een volwassen meisje gevaar zou lopen, eerder haar goede naam dan haar vrijheid te verliezen."

Toen zei A.C. "Hoezeer ik het ook opneem voor de vrijheid, blijkt juist uit die wet die jullie ten onrechte aanhalen voor jullie eis. Het is wettig dat als iemand onder het gezag van de vader is, dat de eigenaar zijn bezit dan aan niemand moet afstaan tenzij aan de vader. Men besluit dus om de vader te ontbieden. Maar ondertussen is er dus geen bezwaar dat de opeiser het meisje meeleid, onder voorwaarde dat hij belooft het meisje terug te brengen naar de rechter, wanneer de vader aankomt. Hoewel zeer velen tegen het onrechtvaardige besluit morden, durfde toch niemand het besluit te weigeren.
Toen kwamen N. , haar grootoom, en I. tussenbeide. In de menigte werd hen een weg gevormd, want men geloofde dat het meest weerstand geboden kon worden aan a door de tussenkomst van I. De lijfwacht zei echter dat A al besloten had, en probeerde de luid protesterende I. te verwijderen. Zo'n gruwelijk onrecht zou zelfs een kalm gemoed in vuur en vlam zetten. I; riep uitzinnig van woede: "Je zou me hiervandaan moeten verwijderen met je wapen Appius om heimelijk te kunnen doen wat je wil verbergen. De dochter van V is niet bestemd voor jouw lusten, maar voor mijn liefde. Ik ben van plan om haar als maagd te huwen en dus een ongeschonden bruid te hebben. Dus roep maar alle lijfwachten van uw collega's bijeen. Beveel dat roeden en bijlen klaargemaakt moeten worden. De verloofde van I. zal niet buiten het huis van haar vader verblijven.

2 bolwerken om de vrijheid te beschermen heb jij ons al afgenomen: de macht der volkstribunen en het recht om in beroep te gaan bij het volk. Maar er zal jou lust geen vrijspel gegeven worden t o v onze kinderen en echtgenoten. Als aan dit meisje geweld wordt toegebracht, zullen wij de goden hulp afsmeken, ik voor mijn echtgenote, V voor zijn enige dochter, en wij allen voor de vrijheid en het geluk van onze kinderen en echtgenoten. Jij zal dit besluit nooit kunnen uitvoeren zonder onze dood. Ik zal nog eerder sterven dan de hulp opgeven bij het opeisen van de vrijheid van mijn verloofde.

De menigte was opgehitst bij het horen van deze woorden en er scheen een strijd te ontstaan. De wachters gingen rond I. staan. Toch kwam het niet verder dan bedreigingen. A. sprak de menigte met deze woorden toe: "I is helemaal niet van plan V te verdedigen, maar een opstand uit te lokken. Ik zal geen gelegenheid geven aan die onruststoker, die nu nog bezeten is van de volkstribunen, om opstand te veroorzaken. Vandaag zal ik geen recht spreken en ook geen decreet uitvaardigen. M.C. zal ik vragen afstand te doen van het recht op het meisje tot de volgende dag. Dit beslis ik, niet op toe te geven aan die onruststoker, maar wegens de afwezigheid van V, wiens naam hooggeacht wordt, en wegens de vrijheid. Maar als de vader morgen niet aanwezig is zal ik de wet die door mij is ingediend uitvaardigen. Ik zal de wachters van mijn collega's niet bij elkaar roepen om de onruststokers in bedwang te houden. Ik zal me wel tevreden stellen met mijn eigen lictoren.