Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Studium > Boek 1

9/2 : Het ontbijt.

Grootvader, vader, moeder en de kinderen van Marcus en Marcia slapen niet meer. De familie ligt aan tafel. Grootvader: << Ik ben gelukkig. Hier kan ik rusten. Rome ligt ver van hier. >> Lucius en Livia roepen uit: << Grootvader, vertel een verhaal. Je kan mooie verhalen vertellen. Wij zijn gelukkig omdat jij hier bent. >> Grootvader: << Zijn jullie gelukkig ? Weldra vertel ik een verhaal. Nu eet ik kaas en drink ik een beker wijn. >> Vader: << Is de wijn goed ? De wijn is Italiaans. >> Grootvader: << Ik hou van Italiaanse wijn. De wijn maakt me blij ! >> Lucius en Quintus: << Wij houden ook van Italiaanse wijn. >> Moeder: << Zwijgt, jongens ! Drinkt water ! >>Lucius en Quintus: << Wij moeten altijd water drinken. Wij houden niet van water. >> Grootvader: << De kaas is ook goed. >> Vader: << Frisia, één van mijn dienaressen, maakt altijd kaas. Wijnige dienaressen immers kunnen goede kaas maken. >> Moeder: << Eten jullie geen kaas, jongens , >> Valeria: << Kaas is lekker. Ook ik maak reeds kaas. Ik hou van kaas.>> Quintus: << Gij eet altijd kaas. Ik heb geen honger. Ik eet een appel. >> Valeria: << Gij zijt een stoute jongen . Gij houdt van wijn en gij gehoorzaamt nooit. >> Vader: << Zwijgt, kinderen ! Jullie moeten eten ! >> Quintus: << Hoor je , Valeria ? Gij moet eten. >> Vader: << Quintus, pas op ! Ik waarschuw je. >>Valeria: << Hoor je Quintus ? Vader waarschuwt je en niet mij. Ik ben een braaf meisje. >> Vader: << Kinderen, het is genoeg ! >> Grootvader: << Kinderen, waarom gehoorzamen jullie niet ? Zo kan ik niet rusten. Jullie vermoeien mij. Mijn zoon, geef mij een ander glas wijn. >> Livia: << Ssst ! Luistert ! Ik hoor een wolf. >> De familie zwijgt. Valeria is bang. De wolf huilt opnieuw. Nu horen grootvader, vader, moeder, de jongens en de meisjes de wolf ook. Lucius: << Ik maak een boog en dood de wolf ! >> Quintus: << Lucius is niet zo bang als Valeria. >> Vader: << Wil niet vrezen ! Mijn dienaren bewaken de villa . Zij vrezen noch de wolven, noch de arenden en zij voorzien de gevaren. >> Valeria kijkt door het venster naar de velden en bossen, maar zij ziet de wolf niet. Vader: << De wolf is ver weg. De dieren van de bossen vrezen mijn dienaren. Mijn dienaren kunnen immers met pijlen, speren en zwaarden de dieren vellen en doden. >> De vier kinderen zwijgen. Grootvader, Marcus en Marcia lachen. Quintus: << Waarom lachen jullie ? >> Grootvader: << Jongens en meisjes zijn bang. Zij vrezen de wolven. >> Lucius: << Ik vrees de wolven niet. >> Maar de wolf huilt opnieuw en Lucius snelt naar Marcia toe. Nu lacht de ganse familie.

Statistieken

Vertalingen op de site: 6.744

Nieuw afgelopen maand: 23

Gewijzigd afgelopen maand: 47