Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

SQPR > Versie 1

Tekst 8: Rriumphus

De triomftocht Een moeder zit met haar zoon en dochter onder de zuilen van de tempel van Castor en Pollux. De zoon is Aulus, de dochter is Marcia. Ze wachten op het begin van de triomftocht. Ze hebben de beste plaatsen. Ze zitten daar al lang. Het is moeilijk om te wachten voor de jongen en het meisje. Aulus probeert weg te gaan. Moeder vraagt: ‘Waarom ga jij weg?’ Aulus antwoordt: ‘Ik heb dorst. Ik wil graag water drinken.’ Moeder verbiedt hem weg te gaan: ‘Jij moet dicht bij mij blijven. Jij ook, Marcia. Als jullie weggaan, verdwalen jullie misschien. De menigte van toeschouwers op straat is enorm.’ De dochter huilt. Moeder vraagt: ‘Waarom huil je?’ Het meisje zegt: ‘Ook ik heb dorst. Wij hebben allebei dorst. We komen om door de dorst. Jij, moeder, hebt zeker geen water bij je? Jij zorgt helemaal niet goed voor je zoon en dochter!’ [14] Moeder zwijgt. Plotseling ziet ze een slaaf naderen. De slaaf draagt water in een kruik. Hij verkoopt het water aan de toeschouwers. Moeder roept de slaaf: ‘Ik vraag jou bij mij te komen, omdat wij graag water willen kopen.’ De slaaf vult voor de vrouw een beker met water. Meteen schreeuwt Aulus: ‘Ik drink eerst. Marcia moet wachten.’ Moeder weigert: ‘Integendeel, jij moet wachten. En zwijgen. Of je drinkt niets. Ik bied de beker aan je zus aan.’ Marcia drinkt. Aulus zwijgt, maar helemaal niet lang. Spoedig begint hij te mopperen: ‘Wat wachten wij lang! Wanneer zien we de Bevelhebber?’ Zijn zus voegt toe: ‘Waarom zitten wij hier al vóór het begin van de triomftocht?’ Moeder antwoordt niet. Eindelijk zegt Aulus: ‘Ik hoor trompetten. Ik zie de optocht komen. Jij ziet het toch zeker wel, Marcia?’ De jongen en het meisje schreeuwen samen met de menigte van toeschouwers: ‘Hoera, de triomftocht!’ Moeder zucht van verlichting: ‘Hoera, de triomftocht!