Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

SQPR > Versie 1

Tekst 47: Traianus

Hadrianus augustus, onlangs door de senaat als keizer gekozen, dacht na over zijn vader Traianus, die sinds kort het leven verlaten had. Overwegend wat voor man Traianus was geweest, dacht hij: 'Mijn vader was een zeer aanzienlijke keizer en een erg grote leider. Moge hij goed worden herinnert door het Romeinse volk wegens zijn goedheid, moed en trouwheid. Hij was ook een machtige keizer: hij overwon de Germanen, Daciërs en Parthen. Onder zijn regering is het Romeinse Rijk groter gemaakt dan een of andere tijd. Nadat hij de Dacische provincie had toegevoegd leidde hij de andere legioenen in het oosten zodat hij Armenië veroverde. Hij kwam aan bij de grote rivier de TIgris, zoals al vroeger Alexander de Grote had gedaan, en bleef daar staan. Terwijl hij twijfelde of hij doorging, zei hij: "Alleen de goden weten wat gevonden word aan de overkant van de Tigris. Wat moet ik? Nieuwe gronden veroveren of, om onze troepen niet te verdedigen, hier het einde van het Romeinse rijk plaatsen?" Als hij een jongeman was geweest, was hij misschien de rivier overgestoken en naar India doorgegaan. Ten tijde was het belangrijk - ik wou dat ik aanwezig was geweest en het had gezien. Zelf besloot ik niet of het noodzakelijk was om het rijk met nieuwe provincies te vergroten. Het leek duidelijk genoeg, want het Romeinse rijk was nu zo breed, zodat het nauwelijks bijeen te houden was. Dus laat ik me niet al te toe leggen op de militaire dingen. Ik kan daarentegen een verdedigingsmuur in Brittannië bouwen voor de Caledoonse invasie, maar ik zou het gelukkigst zijn, als mijn reputatie van de kunst is, als ik geprezen word in een beschaafde stad, als er een gedenkteken opgericht word., die zo opvallen is opdat ik vele eeuwen later gevierd word. Dit is zeker: het bestuur van het rijk is nu mijn taak. Ik ben immers door Traianus als zoon aangenomen, zodat ooit een of andere jongeman met een goed karakter door mij zal worden gekozen, die mij zal opvolgen. Wat zal hij doen? Niemand weet het...'