Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

SQPR > Versie 1

Tekst 3: Het koningschap

Romulus en zijn vrienden dalen af van de heuvel de Palatijn. Vanaf de heuvel de Aventijn daalt Remus af met zijn vrienden. De broers komen samen. Het volk nadert. Allen zwijgen. Ze kijken naar Romulus en Remus. De broers zwijgen ook. Eindelijk zegt Romulus: ‘Zowel aan mij als aan Remus geven de goden steun: ze verdelen het koningschap tussen ons.’
[7] De broers zijn koningen. Ze bevelen het volk om een stad te bouwen, eerst op de heuvel de Palatijn. Het volk weigert de opdracht niet. De mannen bouwen met rotsblokken een muur voor de stad. Met boomstammen maken ze huizen. Romulus verdeelt in de stad de opdrachten tussen de mannen, terwijl Remus met de vrouwen en de jongens naar de rivier gaat. Bij de rivier verzamelen de jongens riet. De
vrouwen dragen het riet naar de stad. De mannen maken met het riet daken voor de huizen.
[15] Riet verzamelen bevalt Remus niet. Hij denkt: ‘Waarom is het aan Romulus toegestaan een muur te bouwen? Waarom is de opdracht voor mij om riet naar de stad te dragen?’ Eindelijk komt hij ’s avonds terug naar de stad. Voor een deel staat de muur al. Remus maakt zijn broer belachelijk. Hij zegt: ‘De muur beschermt de stad helemaal niet. Het is gemakkelijk voor de vijanden om de stad binnen te komen!’ Hij springt over de muur. Hij lacht.

[23] Romulus roept: ‘Wie over de muur springt, is geen burger, maar een vijand. Het is toegestaan om een vijand te doden.’ Hij doodt zijn broer met een zwaard.

Statistieken

Vertalingen op de site: 6.997

Nieuw afgelopen maand: 24

Gewijzigd afgelopen maand: 39