Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

SQPR > Versie 1

Mandatum XXV, thema 3

1. Heri donum pulchrum mihi dedisti: donum pulchrius nemo mihi dedit.
"Gisteren gaf jij mij een mooi geschenk: niemand gaf mij een mooier geschenk."
2. Miles nec fratre fortior est nec omnium militum Romanorum fortissimus
"De soldaat is niet dapperder dan zijn en broer en niet de dapperste van alle Romeinse soldaten."
3. Pueri mandata facere non possunt: mandata paulum difficiliora sunt.
"De jongens kunnen de opdrachten niet doen: de opdrachten zijn een beetje te moeilijk."
4. Vir pulcherrimusest: virum pulchriorem quam eum numquam vidimus.
"De man is het mooist: wij hebben nog nooit een moeiere man dan hij gezien."
5. Milites Romani quam fortissime pugnaverunt, sed hostes erant fortiores.
"De Romeinse soldaten vochten zo dapper mogelijk, maar de vijanden waren dapperder."
6. Orationes longiores nemo audire cupit.
"Niemand wil graag nogal lange redevoeringen horen."
7. Gaius et Aulus ad forum cucurrerunt; Gaius celerior fuit.
"Gaius en Aulus renden naar het forum; Gaius was sneller."
8. Quod viam breviorem ceperas, scilicet celerius domum venisti.
"Omdat jij de kortere weg had genomen, kwam jij natuurlijk sneller thuis."
9. Puer quidem matri simillimus est, sed soror est similior patri
"De jongen is weliswaar het meest gelijk aan moeder, maar de zus is gelijker aan vader."
10. Fabulam miserrimam mihi narravisti. Tamen heri fabulam etiam miseriorem audivi.
"Jij vertelde mij een zeer ongelukkig verhaal. Toch hoorde ik gisteren zelfs een ongelukkiger verhaal."

Statistieken

Vertalingen op de site: 6.997

Nieuw afgelopen maand: 24

Gewijzigd afgelopen maand: 39