Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Redde Rationem

Hoofdstuk 75, vertaling: De dochters van Danaus

De Danaïden, die niet minder slechte daden hadden aangedurfd, doen in de Tartarus boete voor hun misdaad, waar ze gedwongen worden een vat te vullen, dat zich niet laat vullen; want het water dat ze naar binnen gieten, loopt voortdurend tussen spleten in de bodem opnieuw weg.
Er waren twee broers, Aegyptus en Danaus, waarvan de één vijftig zonen had en de ander evenveel dochters. Aegyptus, die koning was in een land, waaraan later zijn naam is gegeven, wenste zeer dat zijn zonen de dochters van zijn broer zouden huwen. Maar die huwelijken bevielen noch Danaus, noch zijn dochters; en dus ontstonden er grote ruzies tussen de broers en tenslotte probeerde Aegyptus zijn broer en diens dochters te doden. Danaus echter besloot heimelijk naar Griekenland te vertrekken met zijn dochters, nadat hij dit bemerkt had. Maar zodra Aegyptus er achter was gekomen dat Danaus vertrokken was, hitste hij zijn zonen op om hem te achtervolgen en hij beval hen ofwel Danaus te doden ofwel niet naar hem terug te keren. En nadat zij in Griekenland kwamen, begonnen zij Argos te belegeren, in welke stad Danaus toen verbleef.
Dan pas, wanneer hij ziet dat hij hen niet kan overwinnen, belooft Danaus aan hen zijn dochters als echtgenotes, om verlost te worden van de belegering. Heimelijk echter jut hij zijn dochters op, “om deze smaad niet ongewroken te dulden; om slechts de nacht af te wachten: dat ze dan hun schandelijke huwelijken gruwelijk konden wreken; dat ze niet moesten aarzelen hun onoplettende echtgenoten in de slaapkamers te doden !” De dochters beloven hun medewerking en hebben met in de bedden verstopte zwaarden ‘s nachts hun mannen vermoord. Slechts één meisje, genaamd Hypermnestra, heeft haar zussen niet nagevolgd. Van welk meisje de dichter Horatius met deze woorden in een ode melding maakt:

Als enige van velen, de huwelijkstoorts waardig,
heeft zij haar meinedige ouder op schitterende wijze om de tuin geleid
en is zij in alle eeuwigheid
een nobele maagd gebleven,

Die tegen haar gehuwde jongeling zei: “Sta op !
Sta op, laat jou geen lange slaap gegeven worden,
waardoor je geen vrees kent;
bedrieg je schoonvader en mijn misdadige zussen,

die, alsof ze als leeuwinnen kalveren aangetroffen hebben,
deze – ach ! – stuk voor stuk verscheuren;
ik, zachter dan zij,
zal jou niet treffen en in kluisters houden.

Laat mijn woeste vader mij met ketenen bezwaren,
omdat ik mild een ongelukkige man gespaard heb,
of laat hij mij met een vloot wegzenden
naar de meest afgelegen gebieden van Numidië.

Ga, waarheen voeten en winden jou voeren,
zolang als de nacht en Venus je welgezind zijn,
ga onder een voorspoedig teken
en beitel een klaagzang, die ons gedenkt, op je graf”.

Statistieken

Vertalingen op de site: 6.872

Nieuw afgelopen maand: 17

Gewijzigd afgelopen maand: 48