Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Plinius

Boek 1, epistula 13: Plinius als toehoorder bij recitationes

Beste Sosius,
Dit jaar heeft een grote opkomst aan dichters opgeleverd. Er was bijna geen dag in de hele maand april, waarop niemand een voordracht gaf. Het verheugt mij dat de literatuur bloeit, dat de talenten van mensen naar buiten komen, en dat die zich tonen, hoewel er traag wordt samengekomen (hoewel men traag samenkomt) om te luisteren. De meesten zitten op trefpunten en verdoen hun luistertijd met roddels en ze bevelen dat af en toe aan henzelf wordt bericht, of de voorlezer al gearriveerd is, of hij zijn voorwoord heeft gezegd, of hij zijn boek voor het grootste gedeelte heeft afgerold. Dan pas, ook dan langzaam en aarzelend komen ze, toch blijven ze niet, maar ze trekken zich voor het einde terug, sommigen onopvallend en stiekem, andere openlijk en ongegeneerd.
Bij Hercules, ze zeggen dat in de tijd van onze ouders Caesar Claudius, toen hij op de Palatijn rond wandelde en toen hij geschreeuw had gehoord, naar de oorzaak (daarvan) had gevraagd; en dat, toen gezegd was dat Nonianus voordroeg, hij (Claudius) spontaan en onverwacht naar de voordracht (eigenlijk: voordrager) is gaan luisteren.
Nu komt juist degene met de meeste vrije tijd, ofwel niet, hoewel hij lang van tevoren is gevraagd en herhaaldelijk daartoe is aangespoord, ofwel, als hij komt, klaagt hij , dat hij een dag verloren heeft, omdat hij hem niet verloren heeft. Des te meer moeten die mensen worden gewaardeerd en geprezen, die de desinteresse en arrogantie van de luisteraars niet weerhouden van het bezig zijn met schrijven en voordragen.
Ik ,persoonlijk, heb bijna bij niemand ontbroken. De meesten waren weliswaar vrienden; er is echter bijna niemand die zodanig van literatuur houdt dat hij niet tegelijk ook van ons (mij) houdt. Ik heb hierom langere tijd doorgebracht in de stad dan ik ervoor had uitgetrokken. Ik kan nu mijn buitenverblijf weer opzoeken en iets schrijven, dat ik niet ga voorlezen, om niet de indruk te wekken dat ik voor degenen bij wier voorlezingen ik aanwezig was, geen luisteraar ben geweest, maar een schuldeiser. Want, zoals ook bij andere zaken, zo verdwijnt de dankbaarheid bij de bezigheid van het luisteren als hij weer wordt teruggeŽist.
Gegroet.