Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Pegasus > Boek 1

Tekst 7.5: Over Julius Caesar en de piraten

Een hachelijke situatie
Tijdens de wintermaanden voer Caesar naar Rhodos, omdat hij hoopte dat de piraten in de zeer harde periode van het jaar in hun schuilplaatsen zouden blijven. Maar omdat de piraten hadden gehoord dat een adellijke jongeman vertrokken was naar Rhodos, verlieten ze hun schuilplaatsen en enterden ze daarna zijn schip in de buurt van het eiland Pharmacussa.

De rollen omgedraaid
Maar Caesar werd niet bang gemaakt door het zien van de wrede piraten. Sterker nog, wanneer de piraten twintig talenten losgeld van hem eisten, lachte hij hen uit: ‘Weten jullie dan niet wie jullie gevangen genomen hebben?’ Daarna beloofde hij hun zelf dat hij vijftig talenten zou betalen. Ongeveer veertig dagen lang verbleef Caesar bij de piraten samen met één arts en twee vrijgelatenen. Want aan zijn kameraden en de overige slaven had hij dadelijk de opdracht gegeven om het losgeld te vinden. Maar gedurende heel die tijd gedroeg hij zich vol zelfvertrouwen en scheen hij niet de gevangene, maar de meester van de piraten. Want wanneer hij verlangde te slapen, beval hij hen te zwijgen. En wanneer hij gedichten van beroemde dichters of zijn eigen gedichten voordroeg, gebruikte hij de piraten zelf als toehoorders. En als de piraten af en toe zijn verzen niet bewonderden, schold hij hen openlijk voor lomp en onbeschaafd uit. Daarna beloofde hij hun vriendelijk dat hij hen ooit allemaal aan het kruis zou slaan. Dat hoorden ze met zeer luid gelach aan, want ze geloofden Caesar niet.

Zo gezegd, zo gedaan
Veertig dagen later keerden zijn kameraden terug en betaalden het losgeld. Dadelijk nadat hij vrijgelaten was, voer hij naar Milete. Daar stelde hij een vloot samen en bemande ze met soldaten en hij lichtte het anker om de zeerovers te vatten. ’s Nachts, terwijl de schepen van de piraten in de buurt van datzelfde eiland Pharmacussa nog voor anker lagen, verraste hij hen. Nadat hij de piraten onmiddellijk aangevallen had, verjoeg hij een deel van de vloot, bracht een deel tot zinken en bemachtigde enkele schepen en een groot aantal piraten. Trots omwille van de nachtelijke overwinning, voer hij naar Pergamum. Daar zond hij de piraten naar de gevangenis en enkele dagen later voegde hij de daad bij het woord: hij spaarde niemand van de piraten, hij sloeg ze allemaal aan het kruis. Zo toonde Caesar zich sneller, moediger en sluwer dan de piraten.