Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Pallas > Druk 4: Boek 1

Hoofdstuk 20, Tekst C: Het geheim van het bed

Het geheim van het bed
1. Nadat hij geglimlacht had zei Odysseus tegen zijn zoon: Telemachos, haast je niet zo zeer, maar kind sta toe me te beproeven, want ze herkent me nog niet omdat ik vuil ben en slechte kleren aan heb.
4. Wanneer zij mij op de proef heeft gesteld ben zal me beter herkennen.
5.Laten wij ons nu wassen en uitrusten. Toen Penelope dit had hoorde spoorde zij Eurukleia aan: “vooruit, Eurukleia, haast je om voor de vreemdeling het bed gereed te maken, nadat je het uit de slaapkamer verschoven hebt.”
Zo sprak zei, terwijl ze de hier aanwezige man op de proef stelde.
Toen werd Odysseus zeer boos terwijl hij zei: “vrouw, wat zei jij? Het is onmogelijk ons bed uit de slaapkamer te verschuiven. Want het is een groot teken en kunstmatig gemaakt bed, dat ik zelf heb gemaakt, en niemand anders! Er was een sterke boom; daaromheen bouwde ik de slaapkamer en maakte ik een goed dak. Daarna heb ik de boom omgehakt, om op de stam een mooi bed te maken, dat ik het versierde met goud en zilver. Dit is ons teken.” Penelope trilde, omdat zij het teken herkende, dat Odysseus nauwkeurig toonde. Daarna rende zij huilend naar haar man, sloeg haar armen om zijn nek en kustte zijn zeer geliefde hoofd.