Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Pallas > Druk 4: Boek 1

Hoofdstuk 10, tekst A

1 (Gedurende) al veel/lange tijd overwonnen de Trojanen de Grieken
in de oorlog en ze kwamen al dicht bij de schepen.
Achilles bekommerde zich helemaal niet om het leed van de Grieken,
maar bleef werkeloos in zijn tent.
5 De vriend van Achilles Patroklos huilde veel:
want hij bekommerde zich altijd erg om de Grieken.
Achilles had medelijden met Patroklos:
'Waarom huil je, Patroklos, als een heel klein meisje?
Maar kom, zeg: wat bracht jou ertoe zoveel te huilen?'
10 Patroklos zei - want hij wilde oorlog voeren -:
'De oorzaak van mijn tranen is het verschrikkelijke lot van de Grieken:
want alle besten sterven, en allen zijn gewond.
Maar jij, Achilles, bleef altijd in je tent: zo hard ben je!
Want Peleus is niet voor jou/jouw vader en Thetis niet je moeder,
15 maar de grijsblauwe zee baarde je en de harde rotsen!
Maar zend mij en de andere Myrmidoniƫrs naar de strijd;
geef mij ook jouw wapens; zo menen de Trojaanse mannen
misschien, dat jij, Achilles, weer wilde deelnemen aan de strijd.
Zo hoop ik hen van de schepen te verdrijven,
20 en voor de Grieken zal er een korte adempauze van de oorlog zijn.'
Zo smeekte Patroklos, erg dwaas: want hij zou
voor zichzelf om een slechte dood vragen.