Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Grieks

Het lidwoord

[b]1. Het bepaald lidwoord[/b]

Een lidwoord drukt uit dat duidelijk is wie of wat er bedoeld wordt. Het nomen is dus identificeerbaar.
Een zelfstandig naamwoord met een lidwoord kan zowel verwijzen naar:
- een soort (ho anthropos = de mens (als soort))
- een individu (ho anthropos = het mens)
In het tweede geval wordt het zelfstandig naamwoord vaak al eerder genoemd in de tekst, of wordt het door een zinnetje achter het woord uitgelegd. Je hebt het dan over een specifiek mens, een specifieke hond of een specifieke leeuw.

Een woord zonder lidwoord is in het Grieks zelden of nooit identificeerbaar. Denk daarom goed na voor je een bepaald lidwoord in het Neder;ands gebruikt om een woord zonder lidwoord te vertalen.


[b]2. Pronominaal gebruik van het lidwoord[/b]

Een lidwoord is in het Grieks geen aanwijzend voornaamwoord. Het is daarom ongeveer altijd fout om het te vertalen met 'deze/die' of 'hij/zij'. Hier zijn wel enige uitzonderingen op:
- 'ho de' aan het begin van de zin kan aangeven dat deze zin over een andere persoon of zaak gaat dan de vorige zin. Dat kun je dus vertalen met 'maar híj', of 'maar déze'.
- 'ho men... o de' = de een... de ander
- kai hos = en hij
- hos kai hos = die en die
- pro tou = voorheen, voordien


[b]3. Lidwoordgroep met adjectivum[/b]

Als een lidwoord direct voor het adjectivum staat, is het attributief. Dat kan op 3 manieren:
1. ho dikaios anèr
2. ho anèr ho dikaios
3. anèr ho dikaios
het betekent alledrie: de rechtvaardige man.

Als het niet direct voor het adjectivum is geplaatst, is het een naamwoordelijk deel van het gezegde. Er zijn 2 praedicatieve plaatsingen:
1. dikaios ho anèr
2. ho anèr dikaios
Deze betekenen: 'de man, rechtvaardig zijnde' of 'de man is rechtvaardig'.


[b]4. Lidwoordgroep met genitivus[/b]

Het onderscheid tussen attributieve en praedicatieve plaatsing vervalt als een lidwoordgroep wordt bepaald door een nomen in de genitivus.


[b]5. Lidwoordgroep met demonstrativum[/b]

Als een nomen door een demonstrativum wordt bepaald moeten het lidwoord en de praedicatieve plaatsing worden gebruikt, hoewel de functie attributief is.
houtos ho anèr = die man
ho anèr houtos = die man


[b]6. Lidwoordgroep met participium[/b]

Deze heeft dezelfde regels als die van een lidwoordgroep met adjectivum. Bij attributieve plaatsing heeft een participium de functie van een attributieve bepaling, doorgaans vertaald met een relatieve bijzin.
ho anèr ho enthade oikoon = de man die hier woont

Bij predicatieve plaatsing heeft een participium de functie van predicatieve bepaling (participium conjunctum, doorgaans vertaald met een adverbiale bijzin.)
ho anèr enthade oikoon = de man ..., omdat hij hier woont...


[b]Lidwoordgroep met adverbium of voorzetselgroep[/b]

De regels zijn vergelijkbaar met die van de adjectiefgroep. Bij attributieve plaatsing heeft een adverbium/voorzetselgroep de functie van de attributieve bepaling:
hoi en tèi polei anthropoi trekhousin = de mensen in de stad rennen

en bij predicatieve plaatsing de functie een bijwoordelijke bepaling:
hoi anthropoi en tèi polei trekhousin = de mensen rennen in de stad


[b]8. Lidwoord en bijstelling [/b]

Als de nominale groep waarbij een bijstelling optreedt bepalend is, krijgt de bijstelling een lidwoord, anders niet. Een persoonlijk voornaamwoord is per definitie bepaald. Vb: hèmeis hoi Athènaioi = wij Atheners




Bron: Beknopte Syntaxis van het Klassiek Grieks (Rijksbaron, S.R. Slings, P. Stork, G.C. Wakker)

Statistieken

Vertalingen op de site: 6.642

Nieuw afgelopen maand: 3

Gewijzigd afgelopen maand: 42