Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Fortuna > Boek 3

Hoofdstuk 6, tekst 1B

‘Maar vertelt u mij, Agamemnon, welke voordracht u vandaag bij wijze van oefening hebt gehouden? Ook al behartig ik geen rechtszaken, ik heb toch ook voor eigen gebruik aan literatuur gedaan. En denk nu niet dat ik studies heb geminacht, ik heb twee bibliotheken, de ene Grieks, de andere Latijns. Zeg daarom, alstublieft, het thema van uw voordracht. Toen Agamemnon gezegd had: ‘Een arme en een rijke waren vijanden,’ zei Trimalchio: ‘Wat is arm?’ ‘Dat heb je fijntjes opgemerkt,’ zei Agamemnon en hij zette één of andere ruzie uiteen. ‘Dit is,’ zei Trimalchio meteen, ‘als het gebeurd is, geen ruzie; als het niet gebeurd is, is het niets.’ Toen wij deze en andere woorden vergezeld lieten gaan met zeer overdreven lofprijzingen, zei hij: ‘Ik vraag me af, zeer dierbare Agamemnon, of jij je de twaalf werken van Hercules wel herinnert, of het verhaal over Odysseus, hoe de Cycloop hem een duim uitdraaide met een nijptang? Als jongen had ik de gewoonte deze dingen bij Homerus te lezen. Want ik heb met mijn eigen ogen gezien dat Sibylle van Cumae in een flesje hing, en wanneer de jongens haar zeiden: ‘Sibylle, wat wil je;’ antwoordde zij: ‘ik wil sterven.’

Statistieken

Vertalingen op de site: 7.304

Nieuw afgelopen maand: 26

Gewijzigd afgelopen maand: 30