Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Fortuna > Boek 2

Hoofdstuk 32, tekst A - taaloefening

A
1. omittenda Jij zult deze dingen achter wegen moeten laten.
2. proferendos Nu moesten deze getuigen te voorschijn worden gebracht/
3. regenda De staat moet door 1 keizer worden geregeerd.
4. vitandos Sommige fouten zullen vermeden moeten worden.
5. probandi Waarom meen jij dat dit door mij goedgekeurd moet worden.
6. timendi De listen van de vijanden moeten door ons worden gevreesd.
B
1. Ik heb enorm veel geld nodig. Dat kunt U aan mij geven, o aanvoerder.
2. Hij toonde mij de negen boeken. Ik wilde die niet kopen.
3. De Galliėrs stuurde gezanten naar Caesar. Die zeiden dat ze naar vrede streefden.
4. Het romeinse leger ontving een grote nederlaag. In die slag zijn vele duizenden soldaten door de vijanden gedood of gevangen genomen.
5. De standbeelden van Caesar zijn overal opgericht. Deze bevallen allen.
6. Ik vond de mooiste bronnen in de beregen. Uit die bronnen moet water naar de stad worden gebracht.
7. Augustus gaf een schouwspel aan het volk. In dat schouwspel waren vele schepen.
8. Wij hebben een bode naar Rome gestuurd. Toch heeft die onze brief niet overgedragen.