Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Fortuna > Boek 2

Hoofdstuk 31, tekst A: Veroordeelden als gemeenteslaven

GAIUS PLINIUS AAN KEIZER TRAJANUS
Toen ik dat gehoord had, heb ik lang en veel geaarzeld, wat er door mij gedaan
moest worden. Want die veroordeelden na lange tijd alsnog te straffen, vond ik
te streng. Want het gaat om oude mannen en mensen die bescheiden leven. Ze
kunnen ook niet in openbare ambten behouden worden. Dat diezelfde mensen echter
werkeloos door de staat werden onderhouden vond ik ongeschikt, dat zij niet
onderhouden werden scheen mij ook gevaarlijk. Daarom meende ik dat u over deze
zaak geraadpleegd moest worden. U zult misschien vragen, hoe het is gekomen dat
ze van de straffen, waartoe ze waren veroordeeld, werden ontslagen. Ook ik heb
het onderzocht, maar ik ben niets te weten gekomen, wat ik u kan bevestigen.
Weliswaar werden de besluiten, waardoor ze veroordeeld waren, te voorschijn
gebracht, maar geen document bewijst dat zij vrijgesproken zijn. Sommige
veroordeelden zeiden, terwijl ze om genade smeekten, dat zij op bevel van de
proconsuls of van de onderbevelhebbers zijn weggestuurd.

TRAIANUS AAN PLINIUS
Jij bent daarom naar die provincie gestuurd, omdat ik meende dat daar veel
verbeterd moest worden. Want niet alleen moeten de veroordeelden zonder
officiŽle toestemming, zoals jij schrijft, van de straf worden vrijgesproken,
maar ook moeten ze niet weer in de positie worden geplaatst van fatsoenlijk
personeel. Zij dus die in de laatste tien jaar zijn veroordeeld en zonder
officiŽle toestemming zijn vrijgesproken, zullen hun straf alsnog moeten
ondergaan. Als er sommige oudere mensen zullen worden gevonden en oude mannen,
die tien jaar geleden veroordeeld zijn, zullen die verdeeld moeten worden onder
die diensten, die niet ver van straf af zijn. Zij zullen tewerkgesteld moeten
worden bij de badhuizen, bij de reiniging van riolen, en eveneens bij de aanleg
van wegen.