Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Fortuna > Boek 1

Hoofdstuk 4, werkboek

MYTHE EN WERKELIJKHEID

1. Legenden vertellen over mensen, terwijl in mythen daarnaast ook goden een
rol spelen
2. Aeneas maakt in het verhaal over de Trojaanse oorlog deel uit van de Griekse
geschiedenis en als stamvader van het Romeinse volk van de Romeinse
geschiedenis
3a De Romeinse voorvaderen die nog wisten wat goed en slecht was, ten
voorbeeld stellen aan zijn tijdgenoten. Zij gedroegen zich namelijk volgens hem
slecht en handelden niet naar typisch Romeinse zeden
4. Van de vroegste geschiedenis bestaan geen eigentijdse beschrijvingen: de
verhalen zijn eerst lange tijd mondeling overgedragen en daarom zeer
betrouwbaar


Latijn in het Nederlands




1a noviteit: iets nieuws, nieuwigheid, afgeleid van novus
b mortuarium: een ruimte in of een gebouwtje bij een ziekenhuis waar lijken
worden bewaard; afgeleid van mors
2. Viriel: manhaftig, mannelijk; macho






TEKST 4A

3. Er komt ruzie/moord/strijd om de macht
5. Omdat hij zijn broer verdrijft en zijn eigen zoon doodt
6. De zoon van Numitor zou op een dag in de naam van zijn verdreven vader de
macht hebben kunnen opeisen
7. Dezelfde woordgroep die in r. 10 object was is in r. 11 subject
8a eerst subject, dan object, dan het gezegde
b in het nederlands staan subject en gezegde altijd bij elkaar; het object kan daar
niet tussenin staan
9. Zolang Rea niet getrouwd is zal ze geen kinderen krijgen, dus ook geen zoon
die eventueel aanspraak kan maken op de troon of een bedreiging zou vormen
voor Amulius
10. Amulius trouwt zelf met Rea Silvia (?)
- hij vermoordt haar ook
- hij sluit haar op
- hij maakt haar tot Vestaalse Maagd
12. R. 18
13. Maagd zijn en ongehuwd blijven tot het einde van haar diensttijd




Taaloefeningen
A



1. De godin is blij, want zij heeft een nieuwe tempel
2. De slechte koning doodt zijn broer
3. Liefde overwint de dood
4. De god brengt het mooie meisje naar ItaliŽ
5. De man heeft een nieuwe vrouw: nu is hij blij


1. templum pulchrum mooie tempel ond. / l.vw.
2. puellam bonam goed meisje l.vw.
3. urbs nova nieuwe stad ond.
4. rex malus slechte koning ond.
C1 vir pulcher knappe man ond.
2. reginam malam slechte koningin l.vw.
3. fratrem bonum goede broer l.vw.

4. puella pulchra knap meisje ond.


Latijn in het Ned.



1a aquaduct: brug, waarmee een waterleiding over een dal wordt geleid, of:
(Romeinse) waterleiding bestaande uit een gemetseld kanaal, boven- of
ondergronds, afgeleid van aqua en ducit

b (afgeleid van subito =) plotseling

c (afgeleid van videt: video-band, video-apparatuur

viaduct
a obscurus b ambulant, ambulance


Tekst 4B



1. Rea Silvia en Mars

3. Geschrokken en doodsbang
4. Het woord sed in r. 8 drukt uit dat Mars wel een god is, maar in tegenstelling
tot wat je zou verwachten kent Rea Silvia de god niet !!! Vreemd !!
Wat vind je zelf van dit verhaal ?
5a Hij belooft het meisje een beroemd nageslacht en veel roem voor haarzelf
8. Een man (Mars) die een vrouw (Rea Silvia) woest beetpakt. Een klein
meisje liefdesgodje (Amor) houdt de helm van de god vast. Naast het
verschrikte meisje brandt het haardvuur. Aan de voet van het haardvuur zijn
twee gebeeldhouwde sfinxen




Taaloefeningen
A
1. obscura het bos is donker

2. magnum een mooie tempel heeft Juppiter

3. iratam de moeder maakt haar dochter boos
4. pulcher vuur is mooi
5. magnum Rea Silvia ziet een grote man
B congruentie toegepast vertaling kan dienen als
1. silvam obscuram donker bos l.vw.
2. bellum novum nieuwe oorlog ond. l.vw.
3. urbs parva kleine stad ond
4. filius magnus grote zoon ond.


Latijn in het Nl.



verificatie: controle in hoeverre iets juist is
incognito: zonder zijn/haar naam of identiteit bekend te maken
timide: teruggetrokken, verlegen
morbide: ziekelijk
causaal: oorzakelijk