Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Fortuna > Boek 1

Hoofdstuk 16, tekst C - taaloefening

B
1. Zij hoorden dat de winnaars de ongelukkige bodes hadden gedood.
2. Zij horen dat de bewakers de enige getuige hebben gedood.
3. Hij zei dat de weldaad van Scipio zijn vrouw erg had verward.
4. Hij zegt dat hij het opvallende standbeeld heeft gezien.

C
1. Milites dixerunt se famem non tolerare
De soldaten zeiden dat ze de honger niet verdroegen
2. Dico me pretium maximum rogavisse
Ik zeg dat ik de grootste prijs heb aangevraagd
3. Servus dixit se dona ferre
De slaaf zegt dat hij de geschenken draagt.
4. Dicis te Romanam esse
Jij zegt dat jij een Romeinse bent



D
1. zodra wij goud bezaten.
2. toen hij een hand uitstrekte.
3. toen het mij beviel.
4. zodra het leger was verschenen.
5. met groote angst.
6. hij komt zoals ik wilde.
7. toen zij de slavin kochten.
8. toen hij de buit ergens heen had gebracht.
9. zoals hij voorgaat.
10.zoals jullie zien zijn wij ongedeerd.
11. met luide stem.

E
1. Het is aan jullie toegestaan dat jullie naar het huis van onze vader gaan.
2. Hij zei dat de oorlog door hem voorbereid was.
3. Wie van ons kende zijn/haar vader.
4. De angst voor Hannibal was groot.
5. Zij weten dat ze onze dank kunnen verkrijgen.
6. Ze willen dat ik bij moeder, jij bij vader blijft.
7. De wijze mensen weten dat liefde alles overwint.

Werkwoorden
1. Hij heeft pijn
2. Wij gaven
3. Jullie hebben meegemaakt - P
4. Hij heeft bezeten - P
5. Hij bezit
6. Zij hebben gebracht
7. Jullie hebben gekocht - P
8. (2x) Hij koopt
Hij heeft gekocht - P
9. Te hebben verhinderd - P
10. Wij hadden gestreefd naar
11. Hij brengt mee
12. Jij streeft naar
13. Hij geeft
14. Jij hebt verdedigd -- P
15. Jij verdedigt
16. Wij hadden gedragen

Statistieken

Vertalingen op de site: 6.633

Nieuw afgelopen maand: 18

Gewijzigd afgelopen maand: 23