Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Disco > Boek 2

Hoofdstuk 18, tekst B (versie 1)

1 Zodra ik in het kamp aankwam, zag ik veel soldaten rondom het podium staan.
2 Daar zaten twee mannen allebei mooi gekleed. Wie van hen was de koning?
3 Omdat ik bang was dat te vragen heb ik de man die aan de soldaten soldij gaf, met mijn zwaard gedood.
4/5Vervolgens, terwijl ik snel door de menigte heen probeer te vluchten, hebben de soldaten me gegrepen en voor het podium geplaatst.
6 De andere man, die op het podium zat, zei: 'Ik ben de koning. Wie ben jij?
7 Waarom heb je mijn secretaris gedood?' Ik antwoordde: ' Ik ben een Romeins burger.
8 Ze noemen me Gaius Mucius. Ik heb als vijand een vijand willen doden.
9/10 Als jij mij doodt, zal je nooit meer veilig slapen, want na mij zullen veel Romeinse jongemannen, dapper en onstuimig, proberen jou te doden.
11 Toen beval de wrede koning, die mijn dapperheid op de proef wilde stellen, zijn slaven vuur te brengen.
12 Meteen stak ik mijn rechterhand in het vuur en, terwijl het vuur haar verschroeit, zei ik: '
13 Kijk, ik vrees noch jou, noch het vuur, noch de dood.'
14 Vervolgens was de koning zeer bewogen door mijn moed en zond me terug naar Rome.'
15/16 Alle Romeinen prezen Mucius' moed zeer en uit die tijd noemden ze hem ''linkerhandje''.