Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Bello Gallico > Boek 5

Hoofdstuk 27:

Gaius Arpinius, een Romeins ridder en een vertrouwensman van Titurius en Quintus Iunius uit Spanje, die al van vroeger gewoon was in opdracht van Caesar naar Ambiorix te gaan, werden naar hen gezonden om een gesprek te voeren. Ambiorix sprak zo tot hen: “Ik beken dat ik Caesar veel verschuldigd ben in ruil voor zijn weldaden tegenover mij, omdat ik bevrijd ben van de last van de belastingen die ik gewoon was te betalen aan de Atuatuci, mijn buren. En ook omdat mijn zoon en de zoon van mijn broer door tussenkomst van Caesar aan mij zijn teruggegeven. Zij waren als krijgsgevangen aan de Atuatuci gegeven en werden door hen als slaven gehouden. Wat nu betreft de aanval van het kamp, ik heb dit niet gedaan met mijn beslissing en wil gedaan, maar onder dwang van mijn stammen. Mijn macht is namelijk van die aard dat het volk niet minder recht heeft tegenover mij, dan ikzelf tegenover het volk. En verder was dit voor mijn volk de oorzaak tot oorlog, dat het niet had kunnen weerstaan aan de plotse Gallische samenzwering. Ik kan dit gemakkelijk bewijzen vanuit mijn eigen onbelangrijkheid, omdat ik niet zo onervaren ben dat ik erop vertrouw dat het Romeinse volk overwonnen kan worden door mijn troepen. Maar er is in Gallië een algemeen plan: deze dag is uitgekozen om alle winterkwartieren van Caesar aan te vallen, om te vermijden dat een legioen een ander legioen ter hulp zou kunnen komen. Galliërs kunnen andere Galliërs moeilijk iets weigeren, vooral omdat het scheen dat het plan was opgevat om de gemeenschappelijke vrijheid te herwinnen. Aangezien ik nu voldoening heb geschonken aan de Galliërs in verhouding tot mijn vaderlandsliefde, geef ik nu rekenschap aan mijn plichten in ruil voor de weldaden van Caesar. Ik waarschuw, ik bid Titurius in naam van de gastvrijheid, voor zijn eigen welzijn en dat van zijn soldaten te zorgen. Een groot verzameld leger van Germanen is de Rijn overgestoken; het zal hier binnen twee dagen zijn. Het is jullie besluit of jullie willen, alvorens de buren het kunnen merken, of jullie de soldaten wegleiden uit het winterkwartier en ze naar Cicero of naar Labienus brengen, waarvan de ene ongeveer vijftig mijl van jullie verwijderd is, en de andere iets verder. Dit beloof ik en bevestig ik met een eed dat ik jullie een veilige doortocht door mijn gebied zal geven. Door dit te doen, zorg ik voor mijn stam, omdat ze bevrijd worden van het winterkwartier, en betuig ik dank aan Caesar in ruil voor zijn verdiensten. Na deze redevoering ging Ambiorix weg.

Statistieken

Vertalingen op de site: 6.871

Nieuw afgelopen maand: 17

Gewijzigd afgelopen maand: 48