Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Bello Gallico > Boek 4

Tekst 26: De Britanni worden op de vlucht gejaagd.

Er is/werd door beide partijen fel gevochten. De onzen werden echter, omdat ze noch in het gelid konden blijven noch vaste voet konden krijgen noch de vaandels onmiddellijk konden volgen, en (omdat) de een uit dit, de ander uit dat schip, zich aansloot bij (die vaandels) welke (vaandels) hij ook maar was tegengekomen. zeer in verwarring gebracht. De vijanden echter vielen, omdat alle ondiepten (hun) bekend waren, zodra ze vanaf de kust enkele (soldaten) afzonderlijk van boord hadden zien gaan, hen aan, die belemmerd waren/niet gevechtsklaar waren, nadat hun paarden waren aangevuurd. ze omsingelden met een meerderheid weinigen, anderen wierpen aan de onbeschermde kant werptuigen naar allen tezamen. Toen Caesar dit gemerkt had, beval hij dat de sloepen van de oorlogsschepen en ook de verkenningsschepen werden gevuld met soldaten en, aan dezen stuurde hij hulp. Wie hij in nood verkerend had gezien. De onzen, zodra ze op het droge waren gaan staan/stonden, Hebben, terwijl al hun makkers hen volgden, een aanval op de vijanden gedaan en hen op de vlucht gejaagd, en ze konden hen niet verder achtervolgen, omdat de (slcepen met) ruiters geen koers hadden kunnen houden en het eiland niet hadden kunnen bereiken. Dit alleen ontbrak/was afwezig voor Caesar, vergeleken met zijn gebruikelijke geluk.

Statistieken

Vertalingen op de site: 6.871

Nieuw afgelopen maand: 17

Gewijzigd afgelopen maand: 48