Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Ascensus > 4e Jaar

Ovidius Tristia 1,3

r 1-6: Wanneer het zeer triestige beeld van die nacht me voor de geest komt, waarin voor mij het laatste ogenblik in de stad was, wanneer ik terugdenk aan die nacht, waarin ik zoveel dat voor mij dierbaar was, achterliet, dan glijdt er ook nu een traan uit mijn ogen. het licht was al bijna aanwezig, toen de keizer me bevolen had, weg te gaan uit het grondgebied van ItaliŽ, dat nu ver verwijderd is.

r 7-12: En er was niet voldoende tijd en niet voldoende helderheid van geest om het passende voor te bereiden. Onze harten werden verlamd door het lange uitstel. Ik besteedde geen zorg aan het kiezen van slaven en metgezellen en ook niet aan geschikte kledij of reisbenodigdheden voor een balling. ik was niet anders verbijsterd dan iemand die getroffen werd door de bliksem van Jupiter en nog leefde en zichzelf niet bewust was van zijn eigen leven.

r 13-18: Zodra nochtans het verdriet zelf deze wolk van de geest heeft verwijderd en eindelijk mijn zinnen sterker werden, spark ik, die op het punt stond om weg te gaan, voor de laatste keer mijn bedroefde vrienden toe waarvan er van de vele slechts een paar aanwezig waren. Mijn liefhebbende en wenende vrouw hield zelf de heviger wenende man vast terwijl een tranenvloed voortdurend neerviel langs haar wangen die het niet verdient hadden.

r 19-26: de dochter die ons had verlaten, was ver verwijderd op de kusten van LibiŽ. en ze kon niet op de hoogte zijn van mijn noodlot. Waarheen je ook zou kijken, weerklonken zuchten van droefheid en het zag er binnenshuis uit als een niet stilzwijgende begrafenis. De vrouw, de man en ook de jongens treurden om mijn begrafenis. In het huis had elke hoek tranen. Indien het toegelaten is om grote voorbeelden te gebruiken in het kleine, dan was dit de aanblik van Troje toen het ingenomen werd.