Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Ascensus > 4e Jaar

De catilinae coniuratione, hoofdstuk 10

Maar toen de staat groeide door werk en rechtvaardigheid en grote koningen werden bedwongen door oorlogen en wilde stammen en enorme volkeren met geweld werden onderworpen en Cartago, jaloers op de Romeinse macht, tot de laatste man ten onder ging en alle zeeŽn en landen open stonden voor de Romeinen, dan begon het lot tekeer te gaan en alles in veroering te brengen. Wie inspanningen, gevaren, twijfelachtige en moeilijke zaken makkelijk had verdragen, voor hen waren rust, normaal wenselijk, tot last en ellende. Eerst groeide het verlangen naar geld, vervolgns naar macht. Dat waren als het ware de oorzaen van alle slechte dingen. Want hebzucht vernietigde eerlijkheid, rechtschapenheid en de overige goede kunsten. In plaats van deze leerde hij hen trots, wreedheid, de goden verwaarlozen en met alles handel drijven. Eerzucht dwong vele stervelingen vals te worden en het ene gesloten te hebben in het hart en het andere zichtbaar op de tong te hebben; vriendschappen en vijandschappen niet vanuit de zaak, maar vanuit eigen voordeel te beoordelen; meer mooie gelaatsuitdrukkingen dan karakter te hebben. Eerst groeide dit langzaam en soms werd het bestraft. Wanneer al dat verderf hen overviel als de pest en de burgers veranderden. De macht werd van zeer rechtvaardig en zeer goed, wreed en ondraaglijk gemaakt.