Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Via Nova > Boek 2 (Oude Druk)

Hoofdstuk 22, tekst 1: Het orakel van Apollo

Aeneas en zijn bondgenoten hebben besloten het eiland Deols, aan Apollo gewijd, te bezoeken, nadat zij uit de stad Troje op de vlucht gejaagd waren (na hun vlucht uit Troje). Zij wilden immers het orakel van de god raadplegen. Anius was koning van Delos, maar ook priester van Apollo. Terwijl zij naar de kust voeren, werden de Trojanen al door hem begroet en later gastvrij ontvangen. Omdat Aeneas en diens bondgenoten vermoeid van de reis waren, heeft Anius hen naar zijn paleis gebracht. Daar vertelden de Trojanen, terwijl zij aten (onder het eten), over het houten paard. De volgende dag wenste Aeneas de tempel van Apollo te bezoeken. Toen Aeneas de tempel naderde, toonde Anius Aeneas het altaar dat voor de zuilen stond en de grote deuren. Nadat Aeneas het geweldige altaar en de schitterde deuren goed bekeken had, ging hij de tempel binnen. Bidden vroeg hij: Waarheen beveelt u ons te gaan? Waar beveelt u ons een stad te stichte? geef ons, die uit de stad Troje gejaagd zijn, een nieuwe stad. Onmiddellijk wordt een luide stem, die de tempel en de berg zelf beweegt/doet schudden, naar de oren van de mannen gedragen: Hoort naar de antwoorden van de godheid. Zoek de moeder uit het verre verleden. Omdat de Trojanen de woordenvan Apollo niet begrijpen, vragen ze vader Anchises: wat wil de godheid? Die antwoordde: Ons volk, afkomstig van het eiland Kreta, is vroeger naar Troje gevaren, zoals he gerucht is. Daarom moeten we op bevel van Apollo naar dat eiland gaan. Maar Apollo is aan Aeneas, terwijl die hieraan bezig was, in zijn slaap verschenen. Terwijl ik sprak van de oude moeder heb ik niet Kreta, maar ItaliŽ bedoeld, zegt hij. Haas je daarheen. Daarvandaan is Dardanus, stichter/stamvader van jouw volk, vroeger weg/afgevaren. Aeneas is van zijn bed opgestaan en, en rondgaande langs de schepen, riep hij zijn vrienden. De uit zijn slaap gewekte vrienen zijn hun leider bijeengekomen. Hij heeft aan zijn snel bijeengebrachte/verzamelde vrienden de woorden gods verteld. Dus moeten we ItaliŽ, door de Grieken Hesperia (avondland) genoemd, zien te bereiken, zei hij tenslotten. Vele jaren doorstonden Aeneas en zijn vrienden, terwijl ze over de hlee zee rondzwierven, veschillende gevaren. Het gevaarlijkste was misschien de ontmoeting met de Cycloop! Marcus en Lucius lazen dikwijls over hem.