Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Fortuna > Boek 2 nieuwe druk

Hoofdstuk 23, tekst B: Een ramp in Fidena

Er kwamen veel mensen bijeen, omdat onder het keizerschap van Tiberius niet vaak spelen werden gegeven, Mannen en vrouwen van elke leeftijd. Want wie van de mensen was niet begerig naar zulke schouwspelen? Terwijl allen in het amfitheater zaten, klonk plotseling een enorm gekraak, en er werd een luid geschreeuw aangeheven. Kijk, de volgepakte massa stortte in en trok de enorme menigte omlaag en bedolf hen. Zelfs zij die rondom erbij stonden, werden bedolven. Die mensen die meteen gestorven waren, ontsnapten aan een ongelukkige doodsstrijd. Want wie waren meer beklagenswaardig dan zij(ii), die, nadat deel van het lichaam was afgerukt, nog leefden? Mensen, die hun echtgenoot of kinderen zochten probeerden hen overdag door hun aanblik en ís nachts door hun stemmen te herkennen. Ze waren onzeker van welke vrouw en van welke man het gejammer was. Toen de instortingen werden verwijderd, rende iedereen samen naar zijn doden, om hen in omarming vast te houden en kussen te geven. Vaak strijden ze met elkaar, als er een lichaam met een verminkt gezicht was gevonden. Want ze wisten niet van wie het lichaam was. Deze ramp was gelijk aan een nederlaag in een van de enorme oorlogen. Meer dan twintig duizend mensen waren omgekomen. Na een senaatsbesluit werd Atilius verbannen.