Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Examenboeken > 2009: Ovidius als verteller

Jason temt de stieren Met. 7.100-21

100 De volgende morgenstond had de fonkelende sterren verdreven: de bevolking komt samen naar het heilig veld van Mars en gaat staan op de heuvels; de koning zelf ging zitten te midden van de schare [gehuld in] purper en opvallend door zijn ivoren scepter. Kijk, uit hun stalen neusgaten blazen de bronshoevige
105 stieren vuur (Vulcanus) en het gras aangeraakt door de gloed staat in brand, en zoals volle ovens plegen te loeien (klinken) of zoals kalkstenen plegen te klinken, wanneer ze, tot poeder opgelost in een aarden kalkoven, vlam vatten door de besprenkeling met (van) helder water, zo klinken hun borsten die de binnen ingesloten vlammen rondwentelen en hun verschroeide kelen.
110 Toch gaat de zoon van Aeson hen tegemoet; grimmig wendden zij hun ver-schrikkelijke koppen en hun horens aan de voorkant beslagen met ijzer naar het gezicht van de man die op hen afkwam (de komende), en zij beukten de stoffige bodem met hun gespleten hoeven (poot) en vulden het terrein met
115 hun rokend geloei. De Argonauten verstijfden van angst; hij komt naderbij en niet voelt hij hun vurige adem (uitgeblazen vuren) (zoveel kunnen de tovermiddelen!), en hij streelt met vermetele hand (rechter-) hun neer-han-gende halskwabben en onder het juk geplaatst dwingt hij hen het zware gewicht van de ploeg te trekken en het veld, dat het niet gewend is, te ploegen
120 met het ijzer. De ColchiŽrs zijn vol bewondering, de Argonauten vatten weer moed (vergroten hun eigen moed) met hun kreten en moedigen [hem] aan (voegen moed toe).