Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Examenboeken > 2004: Vita Activa

Hoofdstuk 5-1, Tekst A: Ik wil graag in je boeken geprezen worden (1)

Marcus Cicero groet Lucius Lucceius, zoon van Quintus
Toen ik dikwijls probeerde deze zelfde zaken persoonlijk met jou te bespreken, schrok een zekere bijna boerse schaamte me (ervan) af, (de zaken) die ik nu, terwijl je er niet (bij) bent vrijmoediger zal uiten; een brief immers bloost niet. Ik brand van/met een ongelofelijke begeerte, en niet een afkeurenswaardige, zoals ik meen, (op)dat mijn naam in/door jouw geschriften wordt verheerlijkt en gevierd. Hoewel jij mij dikwijls duidelijk maakt dat je dat zal doen, zou ik toch willen dat je mij deze haast van mij vergeeft. Het soort van jouw geschriften immers, hoewel er altijd door mij vurig naar was uitgekeken, overtrof toch mijn mening/verwachting en ofwel greep mij zo aan ofwel zette mij (zo) in vuur en vlam, dat ik ernaar verlangde dat mijn daden zo snel mogelijk door jouw gedenkschriften worden aanbevolen. Want niet alleen (de gedachte aan) vermelding bij het nageslacht en de hoop op onsterfelijkheid sleuren mij mee, maar ook dat verlangen, (op)dat wij ofwel van het gezag van jouw getuigenis, ofwel van het bewijs van jouw welwillendheid ofwel van de charme van jouw talent, nog tijdens ons leven genieten.