Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Examenboeken > 2004: Vita Activa

Hoofdstuk 2, Tekst B: Cicero in twijfel (3-4)

Wij zijn 29 april uit Brindisi vertrokken; wij zijn op weg naar Cyzicus via Macedonië. O, (wat ben) ik verloren o, (wat ben ik ellendig)! Wat verder nu? Moet ik je nu vragen om te komen, een zieke vrouw, zowel lichamelijk als

5 geestelijk uitgeput? Moet ik het niet vragen? Moet ik dus zonder jou zijn? Ik denk, laat ik zo handelen: als er hoop is op mijn terugkeer, moet ik deze (hoop) versterken en de zaak helpen; maar als, zoals ik vrees, het gedaan is (met mij), zorg dat je in ieder geval naar mij toekomt. Dit ene moet je weten: als ik je (bij mij) zal hebben, zal ik niet menen volkomen te gronde te zijn gegaan / verloren te zijn. Maar wat zal er (met) mijn kleine Tullia gebeuren?

10 Jullie moeten nu hiervoor zorgen; mij ontbreekt een plan / ik heb geen plan. Maar in ieder geval op welke manier / hoe de zaak er ook voor zal staan, en het huwelijk en de reputatie van dat arme kind moet voorrang verleend worden. En verder? Hoe zal mijn Cicero het maken? Laat hij echter altijd aan mijn borst en in mijn omhelzing / armen zijn. Ik kan niet langer (nog) meer

15 schrijven; verdriet verhindert (me). Ik weet niet hoe het met jou is gegaan, of je iets behoudt, of, wat ik vrees, volkomen beroofd bent. Ik hoop dat Piso, zoals jij schrijft, altijd ons trouw zal zijn.