Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Via Latina > Boek 1

Tekst 12

1. Quintus: Waar komen jullie vandaan? Waarom zijn jullie niet op het eiland Kreta? Wat doen jullie hier? 2. Aulus: Ophouden met vragen en luister! 3. We kwamen al aan in Kreta, toen plotseling piraten naderden en zich gereed maakten om het schip binnen te dringen. 4. Hoewel we ons zeer fel verdedigden, wonnen de piraten. 5. Zij gooiden vader en mij in zee. 6. Quintus: Wat is er gebeurd met de rest? Wie heeft jou en je vader gered? 7. Aulus: Het lot van moeder, Flavia en broer weet ik niet, 8. maar Griekse matrozen hebben ons gered. 9. Quintus: Bij Herculus! Griekjes hebben Romeinen gered! 10. Aulus: Zo is het. Maar luister! 11. We waren al lange tijd in het water, we waren al uitgeput, 12. maar vader gaf de hoop op redding niet op. 13. 14. En inderdaad weigerden ze niet te helpen: 15. zij sturen planken, waaraan we ons vastklampten. 16. Quintus: Vreesden jullie niet? 17. Aulus: Wij vreesden zee, maar het lot was gunstig: 18. het schip bleek namelijk Grieks. 19. De Grieken haalden ons uit het water en Miletus bracht ons. 20. Daar gaven ze ons grote menselijke hulp. 21. Immers moesten ze 22. Quintus: Hebben jullie Flavia en Marcus en Caecilia niet gezocht? 23. Aulus: We hebben overal gezocht, we hebben vele ondervraagd, maar we hebben niets gehoord. 24. Ten slotte zei Apollonus zo: 25. ‘Als de goden willen, leven Flavia, Marcus en Caecilia nog steeds. 26. Ze leven zeker, want piraten vragen alleen een prijs. 27. Dus vaar naar Rome en wacht!’ 28. Daarom zijn wij nu hier.