Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Studium > Boek 2

Caput 1: Onze niet Romeinse provincie, gelegen op de uiterste grenzen van het Romeinse rijk

Vrienden en vriendinnen, maak nu samen met mij een reis naar het verleden. Jullie zijn niet meer in deze eeuw. Jullie zitten niet meer in deze school. Zwijg en sluit je ogen. Wanneer wij de ogen sluiten, zien wij vele wonderlijke dingen, zoals in een mooie droom. De school word door ons verlaten. Ook de leerkrachten worden toch zeker niet door ons verlaten? Integendeel, onze leraars is noodzakelijk voor ons : wij worden door onze lerares geleid naar dit nieuwe land dat wij nu zien. Jullie herkennen dit land toch zeker wel? Wij zijn in het Romeinse rijk, in een niet Romeinse provincie, die op de uiterste grenzen van dit zeer grote rijk gelegen is. De volkeren die hier leven, worden GalliŽrs of Germanen genoemd en ze zijn allen sterke en dappere mannen en helemaal niet beschaafd. Zij houden er immers van om te vechten onder elkaar. Zijn het in deze streek alleen maar onbeschaafden? Nee, ook enkele Romeinen wonen in onze streek, soldaten of handelaars, die het schitterende licht van ItaliŽ en hun beroemde lang hebben achtergelaten en dit land van de GalliŽrs, duister en bekend voor zijn vele en brede bossen, ruw en lastig door het klimaat, willen bewonen. Waarom verlaten de Romeinen hun aangename ItaliŽ en komen hier bij de barbaren aan het einde van de wereld?