Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Fortuna > Boek 3

Hoofdstuk 13, tekst 2B: Dido bekent tegenover Anna dat ze verliefd is

Zus Anna, wat voor dromen maken mij bang zodat ik onrustig ben, wat voor een buitengewone man is deze vreemdeling die op onze plaatsen komt, hoe imponerend is hij in zijn optreden, van een hoe dapper hart en krijgsdaden is hij. Ik geloof -wat niet ongegrond is- stellig dat hij een zoon van de goden is. Angst verraadt geesten van lage afkomst.
Ach, door wat voor lotsbestemmingen is deze man heen en weer geslingerd!
Wat voor meegemaakte oorlogen bezong hij! Als het niet blijvend en onwrikbaar vast stond in mijn hart, dat ik me met niemand zou willen verbinden met een huwelijksband, nadat mijn eerste liefde mij heeft teleurgesteld en mij is ontvallen, als ik geen afkeer zou hebben gehad van het bruidsvertrek en het huwelijk dan zou ik misschien kunnen bezwijken voor deze ene misstap.
Anna, ik zal het immers bekennen, na de dood van mijn ongelukkige echtgenoot Sychaeus en na het besmeuren van de huisgoden door de moord door mijn broer, heeft hij alleen mijn gevoelens veranderd, hij heeft mijn hart aan het wankelen gebracht. Ik herken de sporen van het oude liefdesvuur. Maar ik zou wensen dat eerder de aarden in zijn diepten opensplijt voor mij of dat de almachtige vader mij naar de schimmen slingert met zijn bliksem, de schimmen van de bleke onderwereld en de diepe nacht, voordat Pudor (schaamte) ik jou schend of jouw regels overtreed. Hij, die mij als eerste met zichzelf heeft verbonden, heeft mijn liefde meegenomen (in zijn graf), moge hij mijn liefde bij zich houden en bewaren in het graf.
Nadat ze zo had gesproken vulde zij haar borst met opgewelde tranen.

Statistieken

Vertalingen op de site: 7.304

Nieuw afgelopen maand: 26

Gewijzigd afgelopen maand: 30