Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Fortuna > Boek 2

Hoofdstuk 21, tekst A: De mens is voor de mens een wolf

Toen Cicero in de slaapkamer sliep, zaten de raven schreeuwend op de vensterbank. Een van hen maakte Cicero wakker terwijl hij langzamerhand de toga van zijn gezicht wegnam. Nadat de slaven hierdoor gewaarschuwd waren plaatsten ze de heer opnieuw vervuild en vermoeid in een draagstoel en brachten hem naar de zee. Ondertussen was een groep soldaten, door Antonius gestuurd, aangekomen bij de villa van Cicero. Toen ze de deur hadden opengebroken en Cicero niet in de villa hadden gevonden, heeft een zekere jongeman, leerling van Cicero en vrijgelatene, zijn leermeester verraden: 'Daarginds wordt hij door de akkers naar de zee gedragen'. Daarna gingen de soldaten onmiddellijk voort. Zodra ze in zicht waren beval Cicero zijn slaven om de draagstoel neer te zetten. Nadat hij de moordenaars zag stak hij zonder angste zijn hoofd uit de draagstoel. Hij keek zo aandachtig naar hen, dat ze hun gezicht bedekten, vervuld met schaamte. Een zekere soldaat, die aan Cicero bekend was en kort vantevoren bij de rechters door hem verdedigd was, doodde hem met een zwaard. Op bevel van Antonius hakte hij niet alleen zijn hoofd eraf, maar ook zijn handen, die redevoeringen tegen hem hadden geschreven. Zijn hoofd, naar Antonius teruggebracht, is op zijn bevel, tussen zijn twee handen in geplaatst op de sprekerstribune. De mensen konden door hun tranen het hoofd nauwelijks zien, geplaatst op dezelfde plaats waar het zo vaak gehoord was. Zozeer wekte die ene moord algemeen verdriet op!