Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Examenboeken > 2004: Vita Activa

Hoofdstuk 6-2, Tekst O: Deugd moet je aansporen, niet (kortstondige) roem (25)

Daarom als je zult hebben gewanhoopt aan een terugkeer naar deze plaats, waar alles (aan) gelegen is voor grote en voortreffelijke mannen, hoeveel is eigenlijk die roem van de mensen waardig die nauwelijks betrekking kan hebben op een gering gedeelte van 1 jaar? Dus als je omhoog zult willen blikken en deze woonplaats en eeuwig huis zult willen bekijken, zul je je niets aantrekken van de praatjes van het volk, noch zul je de hoop op je welzijn hebben gesteld op de menselijke beloningen; de deugd zelf behoort jou door haar eigen verlokkingen naar echte eer te trekken / brengen. Wat anderen over jou zeggen, moeten ze zelf maar zien, maar praten zullen ze toch. Echter dat hele gesprek wordt door die engten van de gebieden, die je ziet, ingesloten en nooit is er over iemand een eeuwig gesprek geweest, en / enerzijds wordt het begraven door de ondergang der mensen en / anderzijds wordt het door de vergetelheid van het nageslacht uitgeblust.