Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Examenboeken > 2004: Vita Activa

Hoofdstuk 11-2, Tekst A: Vrij zijn van de begeerte naar geld en roem (68)

Het is echter niet logisch dat hij die niet door angst wordt overweldigd, door begeerte wordt overweldigd, en ook niet dat hij die zich bestand heeft betoond tegen zware inspanningen, door genot overwonnen wordt. Daarom moet zowel dit vermeden worden als de begeerte naar geld ontvlucht worden; want niets is zo eigen aan een bekrompen en zo eigen aan een kleine geest als het beminnen van rijkdom, niets is eervoller en verhevener dan het verachten van geld, als je het niet hebt, maar als je hebt wel hebt, het te besteden aan liefdadigheid en vrijgevigheid. Men moet zich ook hoeden voor de begeerte naar roem zoals ik in het voorafgaande heb gezegd; want hij ontrukt aan ons onze onafhankelijkheid, ter verdediging waarvan grootmoedige mannen zich elke inspanning moeten getroosten (lett.: voor grootmoedige mannen elke inspanningen moeten zijn). En niet moet men echter militaire functies nastreven en/ of liever: men moet ze of soms afwijzen of er soms afstand van doen.