Tekst 9.3B: Eerbewijzen
Categorie: Boek > SPQR > Versie 2
In mijn zesde en zevende consulaat heb ik, nadat ik de burgeroorlogen tot een einde had gebracht en nadat ik met instemming van iedereen de hoogste macht in handen had gekregen, (het bestuur van) de staat overgedragen vanuit mijn macht naar de vrije beschikking van de senaat en het volk van Rome. In ruil voor (als dank voor) deze verdienste werd ik bij senaatsbesluit 'Augustus' genoemd en op staatskosten zijn de deurposten van mijn huis met lauwertakken versierd, is boven mijn deur de corona civica/erekrans bevestigd en is er in de Curia Julia (senaatsgebouw) een gouden schild geplaatst. Door middel van de inscriptie op dit schild is vastgelegd dat de senaat en het volk van Rome het mij geven vanwege mijn dapperheid, zachtzinnigheid, rechtvaardigheid en plichtsbetrachting. Na dit tijdstip overtrof ik allen in gezag, maar aan macht heb ik niets meer gehad dan de anderen die in het ambt ook mijn collega’s waren. Toen mijn dertiende consulaat voerde, hebben de senaat, de rang van ridders en het hele volk van Rome mij 'Vader des Vaderlands' genoemd en ze hebben bepaald dat dit in de hal van mijn woning, in de Curia Julia en op het Forum van Augustus onder de wagen met vierspan, dat op grond van een senaatsbesluit voor mij was geplaatst, moest worden opgeschreven. Toen ik dit geschreven heb, was ik in mijn zesenzeventigste jaar.