Annales - Boek IV: 4.3
Categorie: Auteur > Tacitus
Toch beviel een meer slinkse weg hem en beviel het te beginnen vanaf Drusus, tegen wie hij met een recente woede vervuld was. Want Drusus, die geen rivaal duldde en die nogal opvliegend was qua karakter, had, toen er toevallig een ruzie was ontstaan, zijn vuist tegen Sejanus opgeheven en hem, toen die een afwerend gebaar maakte, in het gezicht geslagen. Dus leek het hem (Sejanus), die alles overdacht, het meest voor de hand liggend om zijn aandacht naar zijn echtgenote Livia te richten, die de zus was van Germanicus, lelijk op jonge leeftijd, maar weldra viel ze op door haar schoonheid. Alsof hij in vuur en vlam stond uit liefde, verleidde hij deze tot overspel en nadat hij deze eerste schanddaad had voltooid (want eenmaal de kuisheid verloren is, zal een vrouw geen andere schanddaden weigeren) zette hij haar aan tot hoop op een echtgenoot, medezeggingschap in de heerschappij en de moord op haar echtgenoot. En zij, die Augustus als grootoom heeft, Tiberius als schoonvader en kinderen bij Drusus, maakte zichzelf, haar voorouders en haar nageslacht tot schande met een overspelig man uit de provincie om in plaats van haar eervolle en verzekerde positie schandalige en onzekere dingen te verwachten. Eudemos werd in het complot betrokken, Eudemus, een vriend en de dokter van Livia, die onder het mom van zijn kunst haar vaak bezocht op geheime plaatsen. Sejanus gooide zijn vrouw Apicata, bij wie hij drie kinderen had verwekt, uit het huis om geen verdenking bij zijn minnares op te wekken. Maar de grote van de misdaad bracht angst, uitstel en soms tegenstrijdige plannen met zich mee.