Les 46, oefening 59
Categorie: Boek > Tirocinium Graecum
01. Laten we de beste (man) als heerser aan het hoofd stellen van de burgers.
02. Wie zou Perikles niet bewonderen?
03. Red mij, o Zeus, uit deze gevaren, want u kunt dat.
04. Eer de heersers, die de burgers (zullen) aanstellen.
05. De koningen van de Perzen vertrouwden de macht in Ioniė toe aan sommige trouwe mannen van edelsten, door hen als vorsten aan te stellen: ze wilden hun niet de burchten toevertrouwen, maar stelden Perzen aan over de soldaten.
06. De barbaren vluchtten waarheen ieder kon.
07. Jij verricht groot onrecht als jij de zoon scheidt van de vader.
08. Woorden baten niets, als jullie niet ook daden kunnen tonen.
09. Door andere mensen bij te staan zouden we veel vrienden kunnen verwerven.
10. Wij bewonderen allen de werken van de goden.
11. (De) Tijd zou alles wel eens zeer snel kunnen veranderen.
12. Als een heerser onrechtvaardig handelt (handelen zal), zullen we een ander voor hem aanstellen.
13. Wij zullen bewakers aanstellen, opdat wij veilig kunnen slapen.
14. Wij zullen in geen enkel gevaar uit elkaar gaan.
15. Niemand verwachtte dat de steden die uit elkaar gegaan waren, weer bij elkaar zouden komen.
16. Doordat Miltiades en Themistokles Griekenland bevrijd hadden, maakten zij hun vaderland beroemd.
17. Tegen degene die in de stad een democratie wenste te vestigen, zei Lykourgos: “Jij moet eerst in jośw huis een democratie oprichten.”
18. De Spartanen maakten de Lesbiėrs afvallig van Athene.
19. De Lesbiėrs vielen de Atheners af.
20. Niemand weet de toekomst feilloos.
21. Hij kende vele werken, maar hij kende met moeite alle werken.
22. Een rechtvaardige man is niet degene die geen onrecht doet, maar (al)wie, hoewel hij onrecht doen kan, dat niet wil.