Hoofdstuk 17, tekst B
Categorie: Boek > Roma > Boek 2
Zodra Proca was gestorven (lett.: het leven beŽindigde), volgde Numitor hem op. Maar Amulius, die de rijkdom bezat, had in feite de macht. Maar hij wilde meer: Hij wilde in plaats van dat zijn broer regeerde, koning zijn. Daarom verdreef hij Numitor uit het koninkrijk en doodde zijn zoon. Zelfs dat was niet voldoende. Hij dwong Rhea Silvia, de dochter van Numitor, Vestaalse maagd te zijn. Maar toch was Amulius niet gelukkig. Want nachtelijke dromen, waarin het beeld van Numitor verscheen, maakten hem bang. Overdag beschermden veel soldaten hem, omdat hij een aanslag vreesde. Hoewel hij alles bezat wat hij had begeerd, leidde hij een ongelukkig leven.