Hoofdstuk 9, tekst A: taaloefening
A
Aulidi - AuliV
tv stolv - toiV stoloiV
th qhria - tais qhraiV
tv strathgv - toiV strathgoiV
B
toiV despotaiV - tv despotv
toiV `oploiV - tv oplv
tois ploioiV - tv ploiv
E
1. Drie mooie godinnen gaan naar de zoon van Priamos
2. Daarna bieden ze aan de zoon de appel aan
3. Op de appel staat vermeld: voor de mooiste godin
4. Paris is erg blij met de appel.