Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Vivat Roma > Boek 1

Hoofdstuk 5, tekst A: Op verkenning

1 Aeneas en Achates zijn in een bos.
2 Daar dwalen zij rond, want zij kunnen de weg niet vinden.
3 Plotseling ziet Aeneas een meisje.
4 Zij draagt pijlen.
5 Duiven vliegen rondom (haar) hoofd.
6 Aeneas roept Achates: 'Kom hierheen, Achates!
7 Zie je dat meisje? Wie is zij?'
8 'Ik zie (haar)', antwoordt Achates.
9 'Ze lijkt op een godin. Misschien in ze Diana.'
10 Het meisje nadert/komt dichterbij en zegt:
11 'Hallo, jullie, (jonge)mannen. Waar gaan jullie heen?'
12 Aeneas antwoordt: 'Wij dwalen in het bos rond.
13 Wij zoeken (onze) makkers, maar wij kunnen hen niet vinden.
14 Maar jij, zeg eens: Waar zijn wij? Wie bestuurt dit land?'
15 Het meisje antwoordt: 'Koningin Dido bestuurt dit land.
16 Jullie zijn in Afrika.
17 Kunnen jullie (je) makkers niet vinden?
18 Vooruit! Ik help jullie. Ik wijs (aan) jullie de weg.