Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Via Nova > Boek 4

Hoofdstuk 7 (Tacitus), tekst: Annales XIV 5-8: De moord op Agrippina

5.1 De goden zorgden voor een helder verlichte sterrennacht en een rustige, kalme zee (verschaften een helder verlichte nacht aan de sterren en een rustig (nacht) aan een kalme zee) als het ware om de misdaad onweerlegbaar aan te tonen. 5.2 Niet ver was het schip gevorderd (voortgegaan), toen twee (mensen) uit de kring van haar vertrouwden Agrippina vergezelden, van wie Crepereius Gallus dichtbij (niet ver) aan (bij) het roer stond (en ) Acerronia achterover geleund over de voeten van de liggende (Agrippina) verheugd het berouw van de zoon en de herwonnen gunst van de moeder in herinnering riep, toen plotseling op een gegeven teken het met veel lood verzwaarde (door veel lood zware) dak van het vertrek (de ruimte) instortte en Crepereius bedolven en onmiddellijk gedood is. 5.3 Agrippina en Acerronia zijn beschermd door de zijkanten van het bed die boven (hen) uitstaken en toevallig te sterk waren om te bezwijken onder (sterker dan dat ze weken voor) de last. 5.4 Maar het in tween breken van het schip volgde niet, omdat allen in verwarring waren en omdat de meesten die niets wisten ook degenen die (er wel van) wisten, hinderden. 5.5 hierop besloten de roeiers om naar n kant over te hellen en zo het schip te laten zinken. Maar enerzijds waren ze het zelf niet snel eens over de plotselinge manoeuvre (zaak) en anderzijds schiepen (gaven) de anderen door naar de andere kant te hangen wel de gelegenheid voor (van) een tamelijk zachte worp in zee. 5.6 Maar Acerronia wordt, terwijl ze in haar onnadenkendheid uitroept dat ze Agrippina is en dat men te hulp moest komen aan de moeder van de keizer, met vaarbomen en roeiriemen en wat het lot aan scheepstuig verschaft had (of: met het scheepstuig dat het lot verschaft had) gedood. Zwijgend en daardoor minder (goed) herkend - toch liep ze (ontving ze) n wond aan haar schouder op - laat Agrippina zich, door te zwemmen vervolgens door het te hulp snellen van bootjes (per schip) naar het Lucrinusmeer vervoerd, naar haar villa vervoeren.

6.1. Toen zij daar bedacht dat zij daarom met een bedrieglijke brief uitgenodigd was en met eerbetuigingen overladen, en dat het schip vlak onder de kust, zonder in de wind te liggen, zonder op de rotsen te zijn gelopen, van boven af ingestort was als een stellage op het land, daarbij de moord op Acerronia overwegend en tegelijk haar eigen verwonding onder ogen ziende, begreep ze dat de enige verdediging tegen de hinderlaag hierin bestond: te doen alsof ze die niet doorzag.
6.2. En zij stuurde haar vrijgelatene Agermus om aan haar zoon te berichten dat ze dank zij de goedertierenheid van de goden en zijn geluk aan een ernstig ongeluk ontsnapt was; dat zij hem vroeg om, ook al was hij geschokt door het gevaar waarin zijn moeder verkeerd had, zijn behoefte om haar op te zoeken even uit te stellen; dat zij voor het ogenblik behoefte had aan rust.
6.3. En intussen vroeg ze, onbezorgdheid voorwendend, geneesmiddelen voor haar wond en compressen voor haar lichaam; ze gaf wel opdracht om het testament van Acerronia op te zoeken en haar goederen te verzegelen, dit alleen zonder veinzerij.

7.1. Maar aan Nero, die in afwachting was van de boodschap 'misdaad volbracht', werd bericht dat ze had weten te ontsnappen, slechts gewond met een lichte kwetsuur maar na toch wel zozeer in gevaar verkeerd te hebben dat ze niet over de aanstichter hoefde te twijfelen.
7.2. Toen raakte Nero buiten zinnen van angst en verzekerde dat ze elk moment op wraak belust kon verschijnen, hetzij ze haar slaven zou bewapenen of het leger zou ophitsen, hetzij ze zich toegang zou verschaffen tot senaat en volksvergadering om daar een boekje open te doen over de schipbreuk en haar verwonding en het doden van haar vrienden: wat voor hulp had hij daar tegenover, tenzij Burrus en Seneca....? Die had hij terstond laten ontbieden, waarbij het onzeker is of zij hiervan ook tevoren op de hoogte waren.
7.3. Derhalve hielden ze zich allebei lange tijd stil, om niet tevergeefs af te raden ofwel meenden ze dat het toch al zover gekomen was dat Nero moest sterven als men Agrippina niet vr was. Daarna is Seneca in zoverre vlotter geweest dat hij Burrus aankeek en vroeg of de moord aan een soldaat opgedragen kon worden.
7.4. Hij antwoordde dat de keizerlijke lijfwacht verknocht was aan het hle keizerlijk huis en dat ze, Germanicus indachtig, geen wreedheid tegen zijn dochter zou durven ondernemen: Anicetus moest zijn beloften maar waarmaken.
7.5. Deze eiste zonder aarzelen de voltooiing van de misdaad op. Op deze uitspraak riep Nero uit dat pas op die dag de macht aan hem gegeven werd en dat de schenker van een zo grote gift nog wel een vrijgelatene was: hij moest maar gauw gaan en de meest gehoorzamen meenemen.
7.6. Zelf zette hij, toen hij gehoord had dat de bode Agermus aangekomen was, gezonden door Agrippina, op eigen initiatief een misdaadscene op touw, want, terwijl Agermus zich van zijn opdracht kweet, wierp Nero een zwaard tussen zijn benen en beval daarop hem te arresteren en in de boeien te werpen om het verzinsel ingang te laten vinden dat zijn moeder de dood van de vorst beoogd had en uit schaamte over de ontdekking van deze misdaad de hand aan zichzelf had geslagen.

8.1 Ondertussen, nadat het gevaar van Agrippina bekend geworden was, alsof het door een ongeluk (toeval) gebeurd was, rende ieder, zodra hij het vernomen had, naar de kust. 8.2 Sommigen beklommen vooruitspringende pieren, anderen dichstbij(zijnde) bootjes; (weer) anderen liepen zover als hun lichaam het toeliet de zee in; enkelen strekten hun handen uit; met weeklachten, met gebeden, met het geroep van mensen die verschillende (dingen) vroegen of onzekere (dingen) antwoordden, werd de hele kust gevuld; een geweldige menigte stroomde toe met fakkels (lichten) en, zodra overal bekend werd dat ze ongedeerd was, maakten ze zich gereed als om (haar) geluk te wensen, totdat ze door de aanblik van een gewapende en dreigende stoet soldaten uiteengejaagd zijn. 8.3 Anicetus omgeeft haar villa met een wachtpost en nadat hij de deur opengebroken heeft (nadat de deur opengebroken was), sleept hij tegemoetkomden slaven weg, totdat hij bij de deur van haar slaapkamer kwam. Daarbij stonden (maar) weinigen, omdat de overigen afgeschrikt waren door angst voor de binnendringers. 8.4 In de slaapkamer was weinig licht en (maar) n van haar slavinnen, terwijl Agrippina steeds angstiger werd (meer en meer angstig was), omdat er niemand van haar zoon (kwam) en zelf Agerinus niet; dat een gunstige afloop er anders uit zou zien (het gezicht van een blijde zaak anders zou zijn0; dat er nu eenzaamheid en plotseling lawaai en aanwijzingen van het ergste onheil waren. 8.5 Terwijl ze, toen vervolgens haar slavin wegging, 'Verlaat jij met ook?' spreekt, kijkt ze achterom en ziet Anicetus, vergezeld door de trierarch Herculeius en de centurio ter zee Obaritus; en (ze zegt) dat, als hij gekomen was om haar te bezoeken, hij moest berichten dat (zij) hersteld (was), maar als (hij gekomen was) om een misdaad te voltrekken, dat zij niets gelooft met betrekking tot haar zoon; dat er geen moord op een familielid bevolen (is). 8.6 De moordenaars gaan om haar bed staan en als eerste sloeg de trierarch met een knuppel op haar hoofd. Terwijl zij naar de centurio, die zijn zwaard reeds trok voor de doodsklap, haar moederschoot naar voren stak, riep ze uit: 'Tref mijn buik' en met vele verwondingen is zij gedood.