Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Via Nova > Boek 4

Hoofdstuk 3 (Horatius), carmen 2.14

1-4: Ach Postumus, Postumus, de jaren verglijden vluchtig en je plichtsbesef zal geen uitstel brengen voor rimpels, achtervolgd door ouderdom en de onbedwingbare dood,
5-9: Zelfs niet, vriend, als je de onverbiddelijke Pluto op elke dag die voorbijgaat met driehonderd stieren gunstig stemt, Pluto die de drievoudig grote Geryones en Tityos in toom houdt met somber water
9-12: Die door ons allen overvaren moet worden en wie van ons zich ook voedt met het geschenk van de aarde, of wij nu koningen of arme boeren zullen zijn.
13-16: Wij zullen tevergeefs een bloedige oorlog ontlopen en de gebroken golven van de beukende Adriatische zee, tevergeefs zullen wij de voor onze lichamen schadelijke Zuiderwind in de herfst vrezen.
17-20: De zwarte Cocytos moet opgezocht worden, die dwaalt met traagstromende rivier en het beruchte geslacht van Danaus en Sisyphus, zoon van Aeolus, veroordeeld tot langdurig werk.
21-24: Je grond Ún je huis Ún je echtgenote die je bevalt moeten worden achtergelaten, en niet ÚÚn van de bomen, die je verzorgde, behalve de gehate cypressen, zal jou, hun kort levende meester, volgen.
25-29: De erfgenaam, die waardiger is, zal de Caecubische wijn opdrinken, die beschermd wordt met honderd sleutels en hij zal de vloer bevochtigen met zuivere, trotse wijn, betere dan die geschonken wordt bij maaltijden van priesters.