Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Via Nova > Boek 2 (Oude Druk)

Hoofdstuk 32, tekst 1: Naar de haven

Marcus en Lucius daalden af door de Vicus lugarius. Omdat ze niets te doen hadden, liepen ze langzaam en bekeken ze de hele menigte en de bezigheden van iedereen. Winkels weerklonken van stemmen; kroegbazen zetten hun, die riepen, wijn en rokende worstjes voor; hier klonken de munten omdat een bankier ze uittelde, daar haalden bedelaars, terwijl ze hun lot beklaagden en medelijden zochten, een aalmoes op. Terwijl sterke dragers, "Pas op!, pas op" riepen, droegen zij de draagstoel van de een of andere magistraat, terwijl lictores vooraf qingen. De smeden die het ijzer smeedden, versterkten het lawaai zeer, en de zilversmeden die het zilver uitsloegen. Kijk een waarzegster, riep Marcus. Wil je je lot te weten komen? Het is een Syrische. Syriėrs bedriegen en hun voorspellingen zijn vals. Daar zie ik iemand, die slangen uit een mand lokt. Ik hou echter niet van Indiėrs. Ik wil liever fluitspelers en dansers/acrobaten zien. Terwijl twee meisjes fluit speelden, toonden dansers en danseressen hun kunsten. Groot was de lof der omstanders. Sinds wanneer zijn jullie in Rome, vroeg Lucius, toen de dansers ophielden. Wat vraag je, zei de aanvoerder. Ik vraag sinds wanneer jullie in Rome zijn. Jullie zijn geen Romeinen. Jullie spreken onderling Grieks. Vroeger zijn we uit Griekenland naar Rome gevaren; onze heer heeft ons onlangs per wilsbeschikking vrijgelaten. Nu verdienen wij, vrijgelatenen, zingend en dansend ons levensonderhoud. Nadat hij deze woorden gezegd had, verzamelde de aanvoerder zijn groep en heeft hij hen aangespoord verder te gaan. Toen bemerkten Lucius en Marcus iemand, die kwam aanrennen. En deze riep met luider stem : Naar de haven! Naar de haven! Ik ben benieuwd waarom die "Naar de haven" roept, zegt Lucius. Ik zal het vragen, en hij hield de man staande. Waarom vlieg je voorbij, terw~jl je deze woorden roept? Weet je niet waarom ik voorbijvlieg, hijgde de man. Omdat de korenaken de haven zijn binnengevaren, en, opnieuw "Naar de haven!" roepend maakte hij zich onmiddellijk op een draf uit de voeten. Omdat verscheidene mensen hem volgden, ging spoedig een dringende en voortstuwende menigte naar de haven. Zo snel groeide de menigte, dat de jongens werden weggedrongen en misschien waren gevallen, als niet een sterke hand hen had ondersteund. Zij vroegen wie hen te hulp gesneld was. Vragen jullie wie ik ben7 Ik ben publiek-ambtenaar, mij is de publieke veiligheid tot zorg. Komt met mij mee. Ik zal jullie ongedeerd naar de.haven brengen. Jullie zullen zelf die korenaken zien.