Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Via Nova > Boek 2 Imperium

Hoofdstuk 25, opdracht 3

1. De meester hoopt [dat de leerlingen alles hebben begrepen]. Object
2. De meester prees de leerlingen zeer, [door wie de opdrachten goed waren gemaakt]. Bijvoeglijk
3. Het staat vast [dat allen dit verhaal gehoord hebben]. Subject
4. Vader ging van huis weg, [toen de cliėnten geholpen waren]. Bijwoordelijk
5. De soldaten belegerden de stad, [nadat zij de leider gevolgd hadden]. Bijwoordelijk of Bijvoeglijk
6.De barbaren hebben geprobeerd [ons van onze rijkdommen te beroven]. Object
7. De jonge man liet het Forum aan het meisje zien, [omdat het meisje de stad nog niet had gezien] Bijwoordelijk of Bijvoeglijk
8. Veel Perzen vreesden Alexander, [die in korte tijd zijn rijk vergrootte]. Bijvoeglijk
9. [ Wachten op de geschikte tijd] is van belang. Subject
10. [Toen de redenaar zijn redevoering voltooide], begonnen de senatoren [onder elkaar te praten]. Bijwoordelijk en Object.