Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Via Nova > Boek 1 Urbs

Hoofdstuk 12, vertaling 1: Op reis

Plinius had Flavus, de vader van Flavus en de vrouw en zonen van Flavus uitgenodigd naar de villa. De villa van Plinius was gelegen aan Baiae. Eerst maakte Plinius echter een reis met zijn vrienden door CampaniŽ. Want allen verlangden Napels, een mooie en drukbezochte stad, te bezoeken. Nadat ze over de Via Appia zijn voortgegaan, verlieten ze dichtbij Capua de Via Appia. Ze gingen naar Napels over de Via Atellana. Daar liet Plinius de haven aan zijn vrienden zien. Een groot aantal schepen was aanwezig. De zeelui werkten met groot geschreeuw op de schepen. Ze brachten veel kruiken en in korte tijd vulden ze de schepen met kruiken. Na een paar uur heeft Plinius de reis met zijn gezelschap voortgezet. Marcus zat naast de koetsier. Lucius zat met de anderen in de reiswagen. De koetsier bestuurde de paarden met grote zorgvuldigheid omdat er veel reiswagens en karren op de weg waren. Plotseling riep Marcus: "Pas op voor de ruiter." De ruiter naderde met grote snelheid en de koetsier is aan de kant gegaan voor de ruiter. 'Waarom is hij met zo'n grote snelheid voortgegaan?' vroeg Marcus. 'Het is een koerier', antwoordde de koetsier. 'Koeriers brengen brieven van provinciebestuurders uit alle delen van het Romeinse rijk naar de stad. Vervolgens brengen ze brieven van de keizer uit de stad naar de provincies terug. Ze gaan voort van halteplaats naar halteplaats en wisselen bij elke halteplaats van paard.' Terwijl de koetsier de plichten van de koeriers uitlegde, voelden allen plotseling een hevige schok. De reiswagen was in een greppel terechtgekomen, daarom was het wiel gebroken . Allen in de reiswagen daalden af. 'De paarden kunnen de reiswagen toch wel uit de greppel trekken?' stelde Marcus voor. De koetsier spoorde de paarden aan. De paarden trokken krachtig, maar zij konden de reiswagen niet in beweging brengen. 'Wij kunnen niet meer voor de nacht bij mijn landgoed aankomen', zei Plinius. 'Dus moeten we in een herberg intrekken.'