Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Via Nova > Boek 1 (Oude Druk)

Tekst 14.1

Voor het daglicht waren allen opgestaan. De koetsier had met de herbergier en de gasten de koets uit de greppel getrokken en herstelde het gebroken wiel. Kom, zei plinius, naar mijn villa. De reis is niet lang. De koetsier vuurde de paarden aan. Nadat ze Baias voorbij waren gegaan. Keken ze plotseling over de schitterende villa van plinius uit. Zacht glooiend op de heuvel was de villa gelegen. Het is een mooie villa! Roept moeder blij uit! De villa verschaft een mooi uitzicht op zee. En naar punius: Je kunt de hitte van een stad ontvluchten. Nadat zij naar de villa waren gegaan, begroette de oude oppasser hen. Toen gingen allen de tuin van de villa ingegaan. In het enorme en schitterende atrium wachtten de echtgenote van de opzichter en de slavinnen hen op. Een oude vrouw zegt: ga het triclinium binnen! Ik heb een bescheiden maaltijd voor jullie klaargemaakt. Nadat zij het voedsel hadden opgegeten, gaven vader, moeder en plinius zichzelf over aan de rust. De tweeling zegt echter: tot de oude hulp: laat ons de villa geheel zien. Zeer goed, antwoordde de hulp, kom snel met mij mee! Ze verlieten het huis en zijn de binnenplaats binnengegaan. In de binnenplaats zagen de jongens geweldige kruiken. Er zit nieuwe wijn in de vaten, zei de opzichter. De slaven persen de verse druiven dichtbij het gebouw. Marcus en Lucius gingen het gebouw binnen. Zij zagen een grote pers. De slaven vangen het druivensap op in grote amphoren. En vervolgens goten ze het over in kruiken. In een ander gebouw persten ander slaven olijven. Nadat ze andere gebouwen en de tuin hadden ge´nspecteerd. Keerden ze naar huis terug. Bevalt het bedrijf jullie? Vroeg Plinius. Het boerenbedrijf heeft veel Romeinen rijkdommen macht gebracht. Inderdaad, jullie rijkdom, onze inspanning, zei de opzichter tegen zichzelf.